GEEN ZORGEN

Schrijf ik gisteren een Everyday over bovenstaand onderwerp - word ik midden in de nacht gewekt door een huilend klein meisje. Ziek: echt flinke koorts. In de loop van de dag zelfs gecompleteerd met rode vlekjes. Meisje-altijdblij liet even een andere kant zien: ‘ontroostbaar’ kwam in de buurt. 

“Zo, meneer pastoor,” leek deze ziekte door ons huis te roepen: “hoe doe jij dat als je eigen kindje ziek is?” Nu komen roeptoeters die ‘jij' als onderwerp hebben altijd uit een zekere richting. Even de zaken scherp bekijken dus, wanneer we door plaaggeesten worden lastig gevallen. 

Duidelijk waar deze ziekte vandaan komt - en duidelijk dat Jezus ervoor betaald heeft. Door Zijn striemen hebben wij genezing ontvangen - en Zijn redding is beschikbaar voor ons hele huis, ook voor de kleinste inwoners.

Bovenstaande volzin, waarin niemand anders dan Jezus centraal staat, vormt direct het antwoord op iedere ‘en wat doe/vind/zeg jij nou???’ die op je af kan komen. 

Ergens in mijn bijbeltje vond ik een aantekening, gedateerd in de begintijd van onze gemeente in Amersfoort. Blijkbaar hoorde ik toen ook al veel van dit soort vragen. Met pen schreef ik in de kantlijn: “Hoe dan??? Hij dan!” Deze wat Rotterdams klinkende belijdenis koester ik sindsdien. 

Het helpt mij ook in dit geval, om te mediteren op Zijn woord. Psalm 91 spreekt van Gods nooit aflatende zorg over ons: Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de HEER: 'Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op u vertrouw ik.’ 

Wanneer ik dat ‘zeg’, zoals David me aanmoedigt te doen, zie ik Zijn perspectief: de Allerhoogste, de Ontzagwekkende, mijn God is vóór mij! Niet ‘wat doe ik?’ maar ‘Hij’: dat verandert alles! 

Klein gespikkeld meisje? Die voelt zich bij het schrijven van deze blog al weer een stuk beter :) 

Mooie dag!

NU

“Maak jij je daar geen zorgen over?” vroeg iemand mij deze week. “Nou nee,” was mijn reactie, “dat heeft de vorige keer ook niks geholpen…” Piekeren, zorgen maken is zó menselijk, maar ook zó onnuttig. 

Niet voor niets dringt Jezus er bij Zijn volgelingen op aan: maak je geen zorgen… (Matteus 6:25). Niet een béétje geen zorgen maken, over heel ingewikkelde dingen (zou dat nog wel lukken?) maar écht geen zorgen: niet over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Oei, dat lijkt ingewikkelder. 

Toch kan het simpeler zijn. Wat is daarvoor nodig? Misschien om te beginnen: weten wie het zegt. Jezus - God zelf is degene die je dit aanraadt. God bewijst zich in Zijn woord als de God van ‘nu’. Altijd is Hij ‘nu’ - precies op tijd om Zijn kinderen te geven wat ze nodig hebben. Het volk Israel in de woestijn? Manna, brood uit de hemel, voor nu. Niet voor morgen (dat verschimmelde), niet van gisteren (dat was al verschimmeld), maar voor nu! 

Alsof Hij vanuit de oudste geschiedenis tegen ons wil zeggen: “Ik weet dat je al die dingen nodig hebt, wil je Mij vertrouwen, dat Ik voor je zorg?” Daar wijst Jezus ook op in vers 33. Hij weet het - en Hij is Degene die van jou houdt… wat wil je nog meer? 

Wanneer je goed bent in piekeren past een compliment: dan ben je goed in mediteren :) Alleen… je mag van onderwerp veranderen. In plaats van de zorgen, mag je Gods perfecte liefde voor jou in gedachten nemen. Probeer het eens zo: Dank U Vader, dat U vóór mij bent. Dank u, dat niets succesvol tegen mij kan worden ingebracht, dat geen wapen dat tegen mij wordt opgeheven, stand kan houden. Mijn heden en mijn toekomst zijn verzekerd in U. Dank u, dat U nu bent! 

Mooie dag! 

Word je geraakt door dit onderwerp? Kijk en luister (nogmaals?) naar de preek ‘No Worries’ uit de serie Unstoppable vanuit het startscherm van deze app of met deze link: https://vimeo.com/203568244 

VERBINDEN

Deze week ontmoette ik een voorgangersechtpaar van een gemeente die enkele jaren geleden het evangelie van Gods genade ontdekte. Een bijzonder getuigenis van dit echtpaar: hoe zij na jaren verzet tegen het idee dat de liefde en goedheid van de Vader echt verder gaan dan wij kunnen bedenken, zich letterlijk gewonnen gaven. Heel rustig en vol liefde namen zij hun gemeente mee in die ontdekking. 

“Merk je in de gemeente verandering?”, was mijn vraag. Allicht - open deur, maar waaruit bestaat die verandering dan? Mensen dansend op de banken, explosieve groei? “Neuh, dat niet”, was het antwoord. 

De belangrijkste verandering, vertelde deze voorganger, is te zien in de liefde voor mensen die van buiten naar de gemeente toe komen. Een paar jaar geleden nog, zo schatte hij in, zou met argusogen (lees: met oordeel) naar iedereen gekeken zijn die binnenstapte - een blik die mensen ofwel bij de voordeur tegenhield, of ze via de achterdeur weer stiekem liet vertrekken. 

Het klimaat is zichtbaar, voelbaar veranderd: wie er ook binnen komt in de gemeente, gelovig of ongelovig, vreemd of vrolijk, grijze muis of paradijsvogel, ze worden allemaal liefdevol welkom geheten en opgenomen in het grote gezin. Mensen die jarenlang geïsoleerd leefden, mensen die door het leven gedeukt en stuk zijn geraakt. Voor iedereen is er een vriendelijk woord, voor wie dat nodig heeft, is ondersteuning beschikbaar. 

Wanneer we ontdekken dat Vaders onvoorwaardelijke liefde ieder oordeel over ons heeft uitgewist, verandert ons hart. We kijken anders naar Hem, worden vervuld van dankbaarheid voor wie Hij is. We kijken anders naar onszelf: voor altijd geliefd door de Vader, waardevol in Zijn ogen. We kijken met een nieuwe blik naar anderen: ook voor hen is Vaders liefde, Zijn compleetheid, gezondheid beschikbaar. 

Geen oordeel meer over waar ze nu zijn - immers, ook wij moesten van behoorlijk ver komen - maar oprechte liefde. Liefde die aanspreekt. Liefde die verbindt. In meerdere opzichten. 

Mooie dag!