Gisteren in Groningen sprak ik over Jezus heeft ons vrijgekocht van de vloek wet (Galaten 3).

De mens kon niet aan de hoge standaard van de wet voldoen, zoveel was duidelijk. Jezus kwam om een leven zonder zonde te leiden (Hij kende geen zonde, deed geen zonde, in Hem was geen zonde). Zo zou Hij rechtmatig aanspraak kunnen maken op alle zegen die aan de wet was verbonden. Als je immers zou voldoen aan de hoge, heilige standaard, zien we in Deuteronomium 28, dan zouden je allerlei zegeningen ten deel vallen. Jezus was de enige die daarop aanspraak kon maken. 

Hij kwam echter om met ons van plaats te ruilen. Om voor ons de wet te vervullen. In onze plaats de vloek van de wet op zich te nemen. Dat betekende, dat er een plek vrij kwam: Zijn plek als geliefd kind van de Allerhoogste, de plaats waar zegen kan stromen. 

In Deuteronomium lees je alle zegen die de mens ten deel valt, die zich zou houden aan de wet. Jezus heeft voor ons die hoge standaard perfect behaald. Daarmee is alle zegen die je leest in dat hoofdstuk rechtmatig ons deel geworden. Wow… ontvang maar, wanneer je de verzen 1-13 leest. 

In de verzen daarna krijg je een beeld van alles wat God ‘vloek’ noemt. Dingen die de wereld kent als ‘dat hoort er nu eenmaal bij’. Niet meer voor jou, hiervan ben jij bevrijd door Jezus. Tot en met de laatste (vs. 68): hoewel u zichzelf .. aan uw vijanden te koop aanbiedt als slaven…, is er niemand die u wil kopen. Het toppunt van vloek, wanneer niemand je wil hebben...

Dáárom kwam Jezus jou vrijkopen van de wet. HIJ wilde jou, Hij kocht jou voor een hoge prijs (ICor6:20), uit liefde!

Zegen voor jou!