Deze week leek er bijna een einde te komen aan wat ik als een zakelijke kans had gezien. Nee, het was erger: mijn plannen stortten in, misschien stortte zelfs de wereld wel mee…

Je begrijpt het: ik was vastbesloten te bewijzen dat ‘van je geloof vallen’ in de beste families kan voorkomen. Wat had ik een lelijke start die dag. Met een gezicht als een oorwurm liep ik door het huis. Mediteren? Ja: op het mailtje van mijn zakenrelatie en op alles wat hij verkeerd had gedaan. Je snapt het: dáár lag het aan. 

 

Het viel niet mee - ook niet voor de mensen om mij heen. Arme Annemarie maakte zich klein in een hoekje, terwijl haar dat op dit moment niet meevalt. Mijn collega maakte het alleen maar erger: die belde op met een zó vrolijke klank in zijn stem dat ik zijn brede lach bijna mijn oor voelde omsluiten. “Haha,” was zijn reactie. “Geweldig…” Nou, dat vond ik dus NIET! 


Hij vroeg me wel iets interessants: “wat bedoelde je nou vanmorgen, toen je zei dat we een probleem hebben? Hoezo hebben wij een probleem?” Auch… daar stond deze zakenmeneer annex voorganger even stil. 


Leuk, blogjes schrijven over de woorden die je gebruikt, maar bij deze zakelijke schuiver ‘heb ik een probleem’?!?! Wat had ik gezegd??? De kracht van (notabene door mij uitgesproken!) woorden werd ter plekke bewezen. 


Dankzij de brede lach van mijn collega had ik al snel weer een zonniger perspectief. Mijn toekomst? Zeker en vast in Vaders hand. Zijn genade en gunst voor altijd voor mij. Zorgen? Dat doet Hij voor mij, als de Beste. 

 

Mijn zakelijke ‘probleem’? Dat heeft een probleem: de Heer van de hemelse machten is immers aan mijn zijde! 

 

Mooie dag!