Een collega-voorganger van een andere gemeente heeft onlangs iemand in huis genomen. Het zou voor enige tijd zijn, liet het voorgangersechtpaar weten. De jonge vrouw in kwestie had lange tijd in een samengesteld gezin gewoond, waar een ongezond klimaat heerste. Stevige alcoholverslaving, gecombineerd met alle denkbare bijwerkingen, domineerde het huishouden. 

Deze week sprak ik het voorgangersechtpaar weer. De eerste weken waren pittig geweest, vertelden ze. Wat ze het pijnlijkst vonden om te zien, was de duidelijke angst wanneer zij de keuken van het huis inkwamen, terwijl de jonge huisgenoot daar bezig was. Angstige ogen vertelden op die momenten een stukje van haar verhaal. Gelukkig is inmiddels herstel ingetreden en ontwikkelt de dame zich tot een gezonde jonge vrouw. 

Ik kijk naar ons kleine meisje, dat aan het begin van haar leven staat - onbevangen, zonder enige schroom of angst. Gelukkig maar. Wat kan er misgaan in de twintig tussenliggende jaren, wanneer angst zo toeslaat? Angst houdt verband met straf, leert Johannes ons (1 Johannes 4:18). 

Straf, oordeel of veroordeling zegt altijd: jij voldoet niet, jij bent niet goed genoeg. Iemand die deze boodschap gedurende lange tijd hoort, raakt als het ware ‘ingesteld’ op angst. De klap (letterlijk of figuurlijk) kan zomaar komen… Wanneer we de perfecte liefde van de Vader leren kennen, verandert dat, leert Johannes ons. We zijn zo geaccepteerd, zo geliefd als Jezus (vers 17). We zijn van Goddelijke kwaliteit, weer aan Hem gelijk geworden, zoals Hij het ooit bedacht had. 

Waar (dankzij Jezus’ offer) de grond voor de angst is weggenomen, wordt die liefde werkelijkheid in ons hart. Het resultaat: de angst wordt uitgedreven. In plaats daarvan? Diepe vrede, de vrucht van Gods Geest die voortdurend zegt: “Jij hebt niets te vrezen, Ik ben voor jou, Ik ben aan jouw zijde!” 

Tip: mediteer vandaag op de woorden van 1 Johannes 4:9,10 en vers 17-19 en ontvang een nieuwe openbaring van Zijn vrede voor jou!