Op zo’n prachtige voorjaarsdag als zondag heb ik me nog even kunnen verwonderen over de grootheid van Gods schepping. Hoe bedenkt iemand, dat je dat in maximaal 300 woorden even ‘uitlegt’? Niet dus… 

Ik ga toch nog even verder. Niet omdat ik nu ineens een expert ben in de natuurwetenschappen - daar heb ik zoals gezegd vroegtijdig afscheid van genomen. Toch geldt ook voor mij, dat Vader het werk van Zijn handen aan mij, ongekwalificeerd (in ieder geval door mijn natuurkunde leraar) toevertrouwt. Lees Psalm 8 nog maar eens! Dat moet wel genade zijn. 

Dat klopt: de heerschappij die Adam bij de schepping had ontvangen, verloor de mens door wat wij kennen als de zondeval. Hij kwam op afstand van God te staan en verspeelde daarmee het recht te heersen over de schepping. Dat recht werd door Jezus (de tweede Adam) voor ons teruggewonnen. Kijk maar: Want, indien door de overtreding van de ene de dood als koning is gaan heersen door die ene, veel meer zullen zij, die de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en als koningen heersen door de ene, Jezus Christus. (Rom. 5:17)

Dit is groot. Zó groot, dat het wel een hoger doel moet hebben. De Psalm begint en eindigt met: HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde. Wat gebeurt er wanneer de kinderen van God de positie innemen die ze uit genade hebben ontvangen? De grootheid van Gods naam wordt meer en meer zichtbaar op de aarde. 

Ik ben onder de indruk: juist in deze tijd, waarin de wereld zich grote zorgen maakt over hoe het verder moet met de schepping, nemen Gods kinderen hun positie in. Ze heersen met de Geest, de liefde en wijsheid van Koning Jezus. Wow…

Mooie dag!