"Hoe kom je daar nou bij?!?” vroeg mijn Annemarie verbaasd. Ik deed ook best raar. Onderweg in de auto, zong ik zomaar ineens een versje. Een psalm. In de oude berijming nog wel. 

Aanvankelijk dacht ik dat mijn lief schrok van mijn plotselinge terugval (of sprong vooruit?) in de oude psalmberijmingen. We hebben het over 1773, namelijk. De berijming 'op last der Staten Generaal': dan spreken we toch van geschiedenis. 

Toch ging haar verbazing niet in de eerste plaats over mijn sprong in de geschiedenis. Immers, zelf opgevoed met de vrijgemaakte berijming, is haar playlist ook behoorlijk historisch. 

Vrouwliefs verbazing gold vooral de tekst van de psalm. Die bleek zij de afgelopen twee weken óók in het hoofd te hebben. Zonder dat ik dat wist, bleek ook zij te mediteren op deze oude woorden. Tot haar schrik tijdens een onschuldig autoritje plots luid gejubeld door de echtgenoot. Je zult maar met een voorganger getrouwd zijn… 

Voor wie niet zo thuis is in de geschiedenis van de zingbare versie van de 150 liederen uit het midden van de Bijbel, de toelichting: Het ging hier om het vers dat gemaakt is van een oud gedicht van Asaph, één van de singer-songwriters die door David was aangesteld. 

Het door mij geciteerde lied gaat over de tijd dat het volk Israel uit Egypte werd geleid. Het vers dat mijn zingende meditatie in gang zette, gaat over precies één regel bijbeltekst: Psalm 89:11 is in de nieuwe vertaling wat dubbelzinnig teruggekomen, daarom de tekst uit de Statenvertaling: open wijd je mond, ik zal hem vervullen

God belooft Zijn kinderen vervulling, wanneer ze Hem daarom vragen, wat zij ook van Hem nodig hebben. ‘Luister’ maar mee naar de zingbare versie van meer dan 200 jaar geleden: 

Opent uwen mond, eischt van Mij vrijmoedig
op mijn trouwverbond. Al wat u ontbreekt, 
schenk Ik, zo gij ’t smeekt, 
mild en overvloedig. 

Voel je vrij om vandaag mee te mediteren op Gods overvloedige vrijgevigheid. Open je mond maar, Hij vervult jouw verlangens! 

Mooie dag!