Als je een cadeautje voor iemand koopt, is het eerst van jou. Vervolgens geef je het weg. Als je niets hebt, kun je niets geven. Met de dingen die je van God krijgt, werkt het precies zo. Je ontvangt het en geeft het vervolgens door. Waarbij je in dat geval zelf nooit met lege handen komt te staan. God vult wat je weggeeft met plezier overvloedig aan.

Eén van de grootste geschenken van God is Zijn vergeving. Sinds Jezus voor al onze zonden betaalde, kan God de Vader ons eindelijk weer laten delen in Zijn eindeloze, onbeperkte liefde voor ons. De profetische woorden uit Jeremia 31:34 zijn onze realiteit geworden: ‘Ik zal hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan.’ Nooit meer!

Je kunt controleren hoe sterk jij dit gelooft. Dat doe je door jezelf eerlijk de vraag te stellen: ‘Vind ik het nog moeilijk om anderen te vergeven?’ Wanneer je nog rondloopt met onvergevingsgezindheid, boosheid of frustratie richting wie dan ook, moet je onder ogen zien dat jouw geloof in vergeving grotendeels in je verstand en nog niet zo diep in je hart zit.

De enige manier om daarvan af te komen, is om afscheid te nemen van de pijn, die blijkbaar wél in je hart zit. Het kost misschien moeite om dat onder ogen te zien. Je vlees sputtert graag tegen, liefst met een mooie geloofskaart in de hand: ‘Ik wéét toch dat ik rechtvaardig ben. Ik héb toch een nieuw hart. Daar héb ik toch al mee afgerekend?’ Yeah, right...

Je kunt levenslang blijven rondhangen bij wat anderen je hebben aangedaan. Je kunt er ook voor kiezen om rond te hangen bij wat Jezus voor je heeft gedaan. Jouw schuld is weg. Hij heeft er gruwelijk voor betaald. Mediteer daarop, ontvang het besef van vergeving op de plekken waar nu nog pijn zit. Dan verander je in net zo’n genadige, gulle (ver)gever als jouw hemelse Vader.

Mediteer vandaag op:
Ik leef van genade. Mijn schuld was groot, maar is helemaal weg. Ik kan nu ook vergeven…