Everyday.jpg

Deze week begon het International Film Festival in Rotterdam. Voor de openingsfilm Jimmie trok de Zweedse regisseur Jesper Ganslandt als vluchteling door Europa met zijn eigen zoontje van vier. 

In de Volkskrant vertelde Ganslandt, dat het maken van de film niet eenvoudig was. Een zomer lang was hij op reis met de 4-jarige Hunter, van Oostenrijk over de Alpen tot diep in Kroatië. Dat ze een film aan het maken waren over een jongetje dat met zijn vader moet vluchten, drong tot het kereltje maar moeizaam door, laat staan dat het kind begreep dat hij de hoofdrol speelde. 

Uit de film blijkt niet precies wat er is gebeurd in Zweden, maar duidelijk is dat vader en zoon het land moeten verlaten om aan een lange, onzekere reis door Europa te beginnen. “Hunter was nog zo jong dat hij tijdens het maken van de film weleens dacht dat hij echt op de vlucht was,” vertelt de regisseur. “Natuurlijk verkochten we niet echt zijn moeders juwelen, maar hij dacht op dat moment van wel. Het was soms hartverscheurend.”

Uit artistiek oogpunt belooft dit een bijzondere film, die raakt aan diepe gevoelens van ouders. Ik voelde mijn maag al omdraaien bij het lezen van het verhaal. Op deze plek niet per se een aanbeveling dus om de film te gaan zien, daar gaat deze blog ook niet over. 

Dankzij het artikel in de ochtendkrant wel stof tot mediteren op mijn wandeling deze week. Een Vader brengt Zijn Zoon in deze onveilige wereld, als baby wordt Hij door Zijn ouders meegenomen op hun vlucht. Hij groeit op in een land dat gebukt gaat onder de grillen van een bezetter om uiteindelijk te sterven na een schijnproces waarin bezetter en religieuze macht wedijveren om de gunst van de publieke opinie. 

Dit was niet zomaar een script. Vader deed dit om ons zo compleet te redden. Zijn Zoon nam onze plaats in. Bracht ons daarmee voor altijd op een veilige plek. Zijn dood voor ons leven. Dit scenario - onze redding! 

Mooie dag!