Tijdens de zomerstop lees je tot 20 augustus een selectie van eerder verschenen Everydays.

Als je voor het eerst de genade te horen krijgt, dan komt er een proces op gang. Vaak niet met zichtbaar succes, maar wel nodig. Een mens begint vaak met maar twee ‘standen’:

1) Zo veel mogelijk doen om zeker te stellen dat ik iets heb of bereik.
2) Zo min mogelijk doen want ik bereik toch niet wat ik wil.

De genade leert ons: je mag alles ontvangen wat je wilt. Je kunt het alleen niet verdienen door ervoor te werken. Daardoor schieten de werkers onder ons vaak in de ‘niets doen’ stand, uit angst de zegen te missen door hun werken. :-)

Degenen die liever lui waren dan moe denken ‘halleluja’, maar ontdekken dat hun manier van ‘rusten’ geen zegen in hun leven doet stromen. Dat komt omdat die twee standen allebei vleselijk zijn. Zo kan een mens (in onbegrip?) een poosje heen-en-weer zwiepen.

Maar onder de genade komt ieders binnenkant langzaam tot rust en stopt het redeneren. Dan zijn angst of luiheid geen drijfveer meer. Je bent niet bezig met zelf of zegen, maar met Jezus. In die relatie vind je een rustig vertrouwen, dat Hij je wandel (bewegen en keuzes) leidt, waardoor je (vanzelf, een keer) gezegend eindigt.

In de Bijbel heet dat proces gefundeerd raken Laat u niet medeslepen door allerlei vreemde leringen; want het is goed, dat het hart zijn vastheid vindt in genade (Hebreeën 13:9).

Rond het onderwerp Israël bestaan ook allerlei vreemde leringen. Harten die (nog) niet hun vastheid hebben gevonden in de genade, zijn daar gevoelig voor. Vaak beweegt het terug naar de schaduw. Gelukkig hoef ik niet de perfecte kijk te hebben, maar genade! En aansluitend beweeg ik simpelweg door de deuren die God opent.

Tot morgen!