In mijn agenda stond dat ik mij moest melden bij De Rechtbank. Annemarie informeerde wat bezorgd of ik was vergeten haar iets te vertellen… Van een collega kreeg ik dezelfde reactie. Blijkbaar zit er niet direct een prettige klank aan dit uitstapje. 

Nu had mijn gang naar de rechtbank niets bedreigends. Ik werd beëdigd als bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand, om binnenkort een leuk stel te mogen trouwen. 

Nadat ik mij bij het grote gerechtsgebouw netjes had gelegitimeerd en door de veiligheidscontrole naar binnen was gegaan, begreep ik wel iets van de onrust in mijn omgeving. Plechtige spanning heerst in de gangen van het gebouw. Ernstig kijkende rechters lopen met stapels dossiers onder de arm in zwarte toga’s van de ene zaal naar de andere, geëscorteerd door stevig gebouwde bodes. Op gedempte toon worden in de gangen gesprekken gevoerd. Hier en daar overleggen raadsheren, eveneens in toga, met hun cliënten. 

Onbevangen liep ik naar de zaal waar ik verwacht werd. Omdat ik niets te vrezen had, kon ik het geheel met een glimlach op het gezicht bekijken. Tegelijkertijd kon ik me de bedrukte gezichten van mensen in het gezelschap van hun advocaat voorstellen: wat zou de rechter straks over hen zeggen? 

Misschien heb je ooit van God gehoord als rechter. Klopt: Hij is de enige Rechter die altijd rechtvaardig oordeelt. Die wetenschap zou op gespannen voet kunnen staan met wat je hoort over Hem als Vader. Goed nieuws voor ons: wij hebben een pleitbezorger (een advocaat) bij de Vader, zegt Johannes (1 Johannes 2:1). 

Zelfs wanneer we ‘in overtreding’ zijn, legt Johannes uit, is Jezus aan onze zijde. Niet als aanklager, maar als onze verdediger. Zonder strafdossier in de hand, maar in Zijn handen de tekenen van Zijn offer voor ons! 

De uitspraak? Onschuldig! Jij bent vrij! 

Mooie dag!