Gisteren mocht ik spreken in de gemeente in Velp, mijn geboortedorp. Onderweg naar dit vrolijke dorp in de achtertuin van Arnhem, bedacht ik hoezeer mijn jeugd zich heeft afgespeeld rondom de ‘Kapel’ zoals de zaal van de gemeente bekend staat. Geboren, gewoond, naar school en kerk gegaan, allemaal op die vierkante kilometer aan de Veluwerand. 

Over Velp verschijnen regelmatig cynische columns in een groot dagblad. De columnist was een dorpsgenoot. Ik lach om zijn beeld van de grond waar onze wortels liggen, maar heb een positievere herinnering aan het dorp. 

 

Toch heeft Velp iets geks: het dorp wordt doorsneden door de spoorlijn Arnhem - Zutphen. Deze spoorlijn verdeelt het dorp in ‘noord’ en ‘zuid’. ‘Noord’ is sjiek, werd in lang vervlogen jaren opgetrokken als buitenplaats voor rijke stadse mensen. Statige villa’s en een prachtig park (het ‘villapark’, jawel) brengen deze tijd in herinnering. 

‘Zuid’ werd in de vorige eeuw gebouwd om arbeiders van de steenfabriek aan de IJssel of de kunstzijde-fabriek in Arnhem te huisvesten. Een mindere uitstraling en een groot verschil met het mondaine ‘noord’. 

Dit onderscheid was merkbaar in mijn schooltijd: wanneer je van ‘zuid’ kwam, had je pech en hoorde je niet zomaar bij de kinderen van ‘noord’. Omgekeerd: als sjieke ‘noorderling’ speelde je niet zomaar in ‘zuid’. 

Nu vormden mijn zus en ik een interessante categorie: van ‘noord’ verhuisden wij naar ‘zuid’. Demotie: dat deden er niet veel. Al na een paar jaar kwam ik terug in ‘noord’. Eerherstel volgde maar moeizaam: gek bleef ’t, voor de Velpenaren. 

Rijdend door Velp bedenk ik: in Jezus kreeg ik een nieuwe afkomst. Hemelse wedergeboorte bepaalt nu wie ik ben, wat mijn status is én waar ik naar toe ga. Met een glimlach stel ik vast: ik ben van vér boven de spoorlijn! 

Mooie dag!