Deze week sprak ik iemand die voor zijn werk op reis gaat. Niets bijzonders, doen zoveel mensen. Deze reis is echter niet zonder risico’s. Nu weten we allebei dat deze reiziger veilig is in Vaders armen, maar in de wetenschap dat er geen veroordeling is - deelde hij zijn hart: dit is gewoon best spannend. 

Anders gezegd: de vraag “wat als…” liet zich met de befaamde ‘geloofskaart’ niks-wat-als niet weg-spreken. Gelukkig is zoiets heel begrijpelijk. Toeval bestaat niet, dus lazen wij diezelfde avond thuis het verhaal van het volk Israel dat óók een reisje ging maken.

In Genesis 12 is deze geschiedenis opgeschreven. De voorbereidingen zijn minstens zo indrukwekkend als het uiteindelijke vertrek. Op dit moment, vlak voor hun vertrek uit Egypte, introduceert God bij het volk de Pesach-maaltijd. Pesach - van het Hebreeuws pasah, ‘voorbijgaan’ - was letterlijk de verzekering: jullie zijn veilig terwijl de de dood rondgaat en zijn slachtoffers maakt in het land. 

De instructie lijkt bizar: neem een lammetje in huis, verzorg het gedurende een paar dagen zodat het hele gezin het beestje goed kan leren kennen. Slacht het dan. Breng het bloed van een onschuldig lam aan boven de deur en aan de beide deurposten.

Interessant: de dood ‘keek’ vervolgens niet naar het keurige religieuze gedrag van de inwoners van het huis. Het enige criterium: is het bloed van het lam aan de deur te zien? Dan gaat verwoesting voorbij. 

Hoe ziet jouw ‘reis’ er deze week uit? Het bloed van Jezus, het perfecte Paaslam is aan de buitenzijde van jouw deur. Het verhaal uit Genesis is een belofte voor jou: Het bloed is als een teken op het huis waar je woont (voor jou en je gezin). Wanneer ik het bloed zie, zal geen ramp je treffen (vers 13 naar MSG). 

Spannende week? Jij bent veilig!