Mijn snoei-actie van eergisteren is niet onopgemerkt gebleven. Gelukkig biedt onze achtertuin weinig inkijk voor paparazzi. 

Ik ga er nog iets meer over zeggen. Immers, gisteren stonden we stil bij Jezus die zegt: “de wijnbouwer, mijn Vader snijdt niet weg, wanneer je geen vrucht draagt: Hij tilt je op.” (lees de Everyday van gisteren). 

Ik hoor je denken: maar lees ’s verder: en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt (Joh. 15:2). Het hangt van je godsbeeld af, maar hier zou je op Jezus’ woorden kunnen afknappen. Mooi is dat: was ik net gewend aan ‘niet meer werken voor God’ - hier staat toch duidelijk dat ik - als ik maar een beetje vrucht draag - gesnoeid wordt. Auch! 

Mag ik je met twee zaken helpen wanneer deze pijn je bekend voorkomt? Om te beginnen interpreteren wij snoeien als een pijnlijk proces, alsof er iets wordt afgesneden wat dierbaar is. Snoeien bij fruitbomen en druivenstruiken neemt juist overbodige zaken weg, takjes die de ontwikkeling van vruchten in de weg zitten. 

Een juist begrip van de woordkeus en de context helpt hier ook. Jezus zal toch niet in de volgende zin ineens van onderwerp veranderen? Hij zegt: Jullie zijn al rein… Huh? Het woord voor ‘snoeien’ in de grondtekst is kathairo. Letterlijke betekenis: reinigen. Klinkt al behulpzamer, toch? 

Dat woord komen we op nog één andere plek tegen in het nieuwe testament: wanneer de schrijver van Hebreeën spreekt over het reinigen onder de offerdienst (Hebr. 10:2). Wanneer hij Jezus’ perfecte offer in het plaatje brengt zegt hij: dát reinigt pas compleet: zo, dat zelfs zondebesef verdwijnt!

Hoor je Jezus’ stem vandaag? “Niets mis met jou, wanneer je in Mij bent. Luister maar naar wat Ik over jou zeg!” 

Mooie dag!