Het is weer zover - terwijl velen afgelopen weekend al ‘gevierd’ hebben, is dit écht de dag - althans, volgens Nederlandse traditie. Eigenlijk is 6 december de naamdag van de heilige Nicolaas, maar de avond voor de zesde, dus de vijfde, gaat Nederland los met pakjes, jute zakken, verklede mensen op het dak en wat al niet. 

Ik voel me altijd wat opgelaten in zoveel sintgeweld. Heb er niet zoveel mee. Dit geheel in tegenstelling tot mijn lief, die de uitgebreide familie bijeen heeft gebracht om vanavond te vieren met pakjes en lekkers. Ik heb me ooit bij één van de Jong & Vrij locaties wel in een Sint-pak laten hijsen om de kleine en grote kinderen met een zondags bezoek te vereren. Nu is daarvoor waarschijnlijk ook geen veroordeling, maar ik voelde me wel wat een verrader, als nep-goedheiligman. 

Het was een vreemde vertoning: een genade-versie van Sinterklaas. Zie je al die koters luid zingen: Ben je wel zoet geweest? Wees dan maar niet bevreesd - vraag me af, of de kinderleiders die dag nog iets van het evangelie zijn gaan uitleggen… 

Wanneer je je verdiept in de teksten van de sint-versjes, krijg je een aardig beeld van Sint en Piet als exponenten van het oude verbond… wat dacht je van

Ze vragen meteen door de schoorsteen dan heen: “Zijn hier ook nog stoute kinderen?” (uit ‘Rommel de Bommel’) En deze dan? Kijk, hier zendt Sint Nicolaas fijn speculaas. Voor het lieve, voor het zoete, voor het lieve zoete kind. Zeg was jij, zeg was jij, dit jaar gehoorzaam vrind? (uit de uitgebreide versie van ‘De Zak van Sinterklaas’). 

Mooi volksfeest is dat. Wees nou eerlijk, wat valt er te lachen bij de constatering Wie zoet is, krijgt lekkers wie stout is, de roe?

Dan hebben we als kerk een mooi kapstokje om iets uit te leggen. Bij ons geen ‘knechten’ meer - en wie ‘staat te lachen’ heeft ook écht iets te lachen. Wie zoet is? Ja, die krijgt lekkers: zegen en goedheid noemen we dat. Wie stout is? Die krijgt ook lekkers. Genade heet dat.

Mooie dag!