Er zijn twee levensvormen waar veel mensen moeite mee hebben: armoede en rijkdom. Niemand verlangt ernaar om arm te zijn (of te blijven). Terecht vinden we elkaar dan ook in de bestrijding daarvan. Toch is rijkdom -met name onder gelovigen- ook niet echt een populair woord. Tenzij het vergeestelijkt wordt. Dat je rijk bent in je hartje. Moooooooi.

Eigenlijk zou iedere christen schatrijk moeten zijn. En dan niet alleen in het hart, maar ook op de bank. Christenen hebben namelijk een schatrijke Vader, die in de hemel goud gebruikt voor asfalt. Die de wijsheid van Salomo met zoveel schitter bekroonde, dat zelfs de koningin van Sheba van haar troon viel van verbazing.

Wij hebben niet door hoe diep de armoede-mentaliteit in ons hart zit. Telkens wanneer wij geloof proberen te omarmen voor rijkdom en overvloed, zegt ons hart (zonder dat we dat doorhebben): RUSTIG AAN! Terwijl datzelfde hart roept bij het zien van een stervend weeskind: HELP DAN! Huh? Maar dat gaat toch veel gemakkelijker als je veel middelen hebt om te helpen?

In zijn derde briefje wenst Johannes ons toe dat wij gezond én voorspoedig zullen zijn, zoals het onze ziel welgaat. Het gebeurt in je ziel, in je hart. Daar wordt niet alleen gezondheid maar ook voorspoed en rijkdom geboren. Je hart is de kraamkamer van alles wat God je geschonken heeft. Je moet je daarom niet rijk rekenen, maar rijk mediteren, omdat je zo je hart herschrijft en vernieuwt.

Waar mediteer je op om de rijkdom die God je ook stoffelijk schenkt te ‘pakken’? Neem 2 Korintiërs 8:9: ‘Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: Hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.’ Rijkdom is een uiting van Gods liefde. Wil je rijk zijn? Dan ontvang je Zijn liefde. Voor God is dat ware nederigheid.

Mediteer vandaag op:
Ik ben schatrijk. Mijn Vader zorgt geweldig goed voor mij. Mijn verwachting rekt zich op.