Voordat we gisteren naar het Amsterdamse vliegveld gingen om naar Albanië te vertrekken, maakten we nog een tussenlanding bij goede vrienden. Nu is het bij deze vrienden altijd goed landen, zeker rond etenstijd. We werden ‘business class’ voorzien van catering - zo krijg je dat in de lucht niet. Uiteraard wilden ze tijdens de lunch alles weten over de gemeente in Durrës en over onze plannen voor de reis. 

Nu schrijf ik het vaker in deze blog, maar hier werd het wel heel praktisch gemaakt. Wanneer een aantal mensen uit ons midden op reis gaan om de gemeente elders op te bouwen, hebben wij als gemeente, allen deel aan deze reis. 

Al in de tijd van de eerste gemeente zien we apostelen terugkomen in de gemeente om verslag uit te brengen van wat de Heer gedaan heeft. Denk maar eens aan Petrus’ reisverslag van zijn mission trip naar Joppe, waarna hij in de gemeente in Jeruzalem verantwoording moest afleggen over het bekeren van de heiden Cornelius. In Handelingen 13 lezen we zelfs, hoe de Heilige Geest heel direct de gemeente aanspreekt om Barnabas en Saulus op mission te sturen. En met wat effect: weer thuis riepen ze de gemeente bijeen en brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Ze vertelden hoe hij voor de heidenen de deur naar het geloof had geopend (Handelingen 14:27). 

Nu leggen wij straks bij terugkeer graag verantwoording af - liever nog doen we verslag van hoe Vader voor het Albanese volk de deur naar het geloof opent. Dit alles schetst onze verbondenheid met elkaar: we horen bij elkaar als leden van één lichaam. De voet gaat op pad, dat doet-ie. De hand reikt uit, zo is die gemaakt. Het oog ziet, de mond spreekt. Allen maken we deel uit van één gemeente, één lichaam, één roeping. 

Wij? Wij zijn nu echt op pad (met onze voeten letterlijk los van de vloer) en genieten ervan met jullie samen op reis te zijn! 

Mooie dag!