In de wetten en voorschriften aan Mozes, gaf God op veel plaatsen de instructie rust in te bouwen in het dagelijks leven. Het begint al met de regel uit de ‘big ten’: Gedenk de sabbat en heilig die. 

Eén dag van de zeven rust houden. Een mooi idee - dat je helpt de activiteiten en rust in een week te plannen. Maar God gaat verder. Hij geeft opdracht na het land zes jaar te bebouwen, een jaar rust te nemen. 

Ho even: dit is andere koek. Een jaar lang niet zaaien, waar moeten we dan van eten? En zelfs als er iets groeit… niet oogsten?!? Zomaar ter beschikking stellen aan iedereen? En waar moeten we dan volgend jaar van zaaien? Je leest deze merkwaardige instructies in Leviticus 25. 

De Heer gaat nog verder: na zeven maal zeven jaar houd je een jubeljaar. Een dubbel-feest-jaar dus. Een jaar van kwijtschelding. Iedereen kreeg terug wat hij in de voorbije jaren was kwijtgeraakt - eigen schuld of onhandigheid? Maakte niet uit. En weer: niet zaaien of oogsten, leven van wat er spontaan opkomt. 

Bijzonder, dat deze instructies golden vanaf het moment dat het volk Israel het beloofde land zou binnengaan.

Hoe onmogelijk deze voorschriften ook klinken, Gods Vaderhart, Zijn voorziening, en genade spreken eruit. Hij maakt Zijn volk duidelijk, dat Hij wil dat ze leven, volledig in afhankelijkheid van Zijn genade en voorziening. Niet jullie harde werk, je slimme zakendoen - maar Mijn genade! Zelfs wanneer het ronduit onwijs lijkt om niet te ploeteren en te bouwen, zegt Vader: “kijk hoe Ik het voor je doe” (vers 19-22). 

Ben je ook blij dat het weekend is? Extra tijd voor rust om Hem te laten werken, terwijl jij rust in Zijn voorziening en genade. Het is er de tijd voor: genadetijd! 

Mooie dag!