Gisteren in Amsterdam over Petrus gepreekt. Wat een mannetje was dat toch. Vooral tijdens zijn opleiding. En dan net voor het ‘examen’ zegt Jezus: De duivel komt je schudden. Maar ik heb gebeden dat je geloof het zal overleven. En als je jezelf dan bekeerd hebt, kun je de anderen bemoedigen.

Petrus reageert: Ik ga voor U de gevangenis in. Ik zal voor U sterven als dat nodig is! Twee probleempjes. Jezus zegt iets en Petrus zegt vrij vertaald: “Nee, dat ziet U verkeerd.” Eigenwijs? Probleem twee. Zijn toekomstbeeld begint steeds met “Ik zal…”

Natuurlijk loopt het zoals Jezus voorspelde. En Petrus kan achteraf ‘ik zal’ invullen met ‘u onbeschaamd verloochenen’ en ‘huilen als een kleine jongen’.

Dan komt het geloofsgevecht. Petrus heeft zeker gedacht dat Jezus teleurgesteld was. De duivel heeft natuurlijk geprobeerd ‘m wijs te maken dat hij het onomkeerbaar verziekt had. Weg met die falende grootspreker! Petrus is zichzelf waarschijnlijk ook spuugzat geweest. Hopeloze, jankende nietsnut.

En dan te bedenken dat Jezus nog had geprofeteerd dat hij anderen zou bemoedigen! Wie denkt er nu nog aan een bediening? Vertegenwoordiger van Jezus?! Hoe ver is dat buiten beeld?

Maar Jezus had gebeden. Petrus moest geloven dat het kruis en de liefde van Jezus groter waren dan zijn zelfveroordeling en elke aanklacht van de duivel. Zijn eigen idee van wat Jezus wel niet van hem zou vinden, klopte niet.

Jezus’ acceptatie was onverminderd! Dat had niets geleden. Jezus bekijkt ons los van onze daden. Het kruis heeft ze uitgewist. Daarom kon Petrus ‘gewoon’ komen en zijn bediening oppakken. Wauw! Gelukkig bekeerde Petrus zich van zijn eigen mening.

Jezus denkt beter over ons dan wij ons soms kunnen voorstellen als we onszelf beoordelen. Gelukkig heeft Hij ook voor jou en mij gebeden! (Johannes 17:9)

Tot morgen!