Everyday.jpg

In de regen en kou van Nederland gaan mijn gedachten terug naar de warmte van Israel, nog maar een weekje geleden. Ik zie mezelf op de berg Arbel - en voel de krachtige zon op mijn gezicht.

Die berg wordt geacht de plaats te zijn waar Jezus de menigte van tenminste vijfduizend mannen voedde met vijf broodjes en twee vissen. Een verhaal dat in alle vier de evangeliën beschreven staat: het belang is duidelijk.

‘We hebben nóóit genoeg geld’ reageert Filippus op de schijnbare strikvraag van de Heer “Waar kunnen we brood kopen?” Jezus laat Zich niet van de wijs brengen - volgens Markus antwoordt Hij met “Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.” 

Ondanks de accentverschillen in de vier evangeliën, zijn de schrijvers over een paar elementen eensgezind: Jezus geeft opdracht iedereen in het gras te laten zitten. Dan dankt Hij voor het eten en breekt het brood en verdeelt de vissen - zodat Zijn discipelen die aan de menigte kunnen doorgeven. Resultaat? Alle aanwezigen eten hun buikjes rond - er is zelfs ruimschoots over. 

Nee, ook ik snap er niets van. Bovennatuurlijke voorziening, noemen we dit. ‘Snappen’ kan ook alleen Degene, die Jehova Jireh, God-die-voorziet, wordt genoemd. 

Wat ik kán zien, is dit: Jezus zegt mij rustig in het gras te gaan zitten en Hem te vertrouwen wanneer het verschil tussen ‘wat ik heb’ en ‘wat nodig is’ schijnbaar onoverbrugbaar is. Zijn aanwezigheid en dankbaarheid voor wat er wél is, zijn sleutels om te zien waar Hij goed in is: namelijk bovennatuurlijk aanvullen, vermenigvuldigen en voorzien. Niet een beetje, maar helemaal zoals Hij is: uitbundig en overvloedig. 

Wat moet het ongemakkelijk gevoeld hebben, toen de leerlingen een lunchpakketje bij de Heer brachten: ‘dit is alles…’ Kun je het je voorstellen? Mooi. Stel je dan ook eens voor: het wonder van de vermenigvuldiging vindt onder jouw handen plaats. Alles wat jij doet is: naar Hem kijken en danken voor wat Hij al gegeven heeft! 

Mooie dag!