De vorige nacht moest onze jongste spugen. Twee keer. Ik moet mijn lachen inhouden, want Megan moppert: ‘Waarom ga ik nu kotsen? Dat vind ik helemaal niet leuk’. En Megan doet zaken: ‘Nu kan ik morgen niet naar school. Op de bank filmpje kijken dan maar?’.

Mijn nachtelijke mijmeringen: Waar heeft ze het woord kotsen opgepikt? Ach, misschien maar beter dat ze het woord ‘overgeven’ niet gebruikt. Als dat thema nog eens in de kerk langs komt, zou Megan zeker weten heel ondeugend lachen. Jezus wil dat we overgeven?! Hahaha, in de collectezak zeker?

Anyway, Cody kan niet tegen de lucht, dus ik ruim de rommel op zonder verder na te denken. Maar als Cody de volgende ochtend de wasmachine leeg haalt, ligt daar een flink aantal vrijwel hele pinda’s in.

Megan had pinda’s gegeten. Maar, vroeg Cody zich af, kauw je daar dan niet op? Megan bloedserieus: Voor de helft. De andere helft mag Jezus op kauwen. Goed begrepen dat Jezus in haar woont. Alleen nog aan het experimenteren met hoe dat in de praktijk werkt. :-)

Cody lost het prachtig op: Dat is heel lief van je schat, maar Hij wil jouw tanden gebruiken. Aaaah, daar kan Megan wel wat me. Voor ons even afwachten of ze nu niet denkt dat Hij voor alles haar tanden wil gebruiken. ;-)

Het blijft hoe dan ook een wonder dat God gekozen heeft om in mensen te wonen en door die mensen heen Zijn werk te doen:

2 Corintiers 4:15  ….Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, leidt ook tot steeds meer dankzegging, tot eer van God.

Een ‘aangename geur’, noemt Paulus het.

En toch is spuug opruimen ook Gods werk. Met dankzegging. ;-)))

Tot morgen!