Gods genade wordt soms vreemd verstaan. Er zijn mensen die onder het mom van genade doen alsof er niets mis is. Als je hen liefdevol wijst op een tekort, roepen ze snel: ‘Maar ik ben rechtvaardig hoor. Wie ben jij om mij te veroordelen?’ Ze hebben niet door dat ze daarmee de werkzame kracht van die genade wegnemen.

Voor genade is het nodig dat er fouten zijn. Anders zouden we namelijk in perfectie geloven. Het bevrijdende van genade is juist dat je niet langer de schone schijn hoeft op te houden. Je mag bij God komen en zijn zoals je bent. Dichtbij Hem ontdek je dan -zonder enige veroordeling- hoe gaaf én nodig het is dat Hij je naar Zijn beeld verandert.

Terwijl dat gebeurt, mag jij je volkomen rechtvaardig weten. In je hart mag je al 100% ervaren dat Zijn werk klaar is; dát is jouw identiteit. Intussen blijf je nuchter en realistisch over waar je in je wandeling met Hem bent; hoeveel ruimte Zijn genade al in jouw hart heeft gekregen.

Paulus schrijft in Efeziërs 5:13+14 dat uiteindelijk alles openbaar zal worden, wanneer het door het licht (van Jezus) ontmaskerd wordt. Om vervolgens te laten zien wat er gebeurt als je nu al genade bij je tekorten toelaat: ‘Alles wat openbaar wordt, is zelf licht.’

Je hart heeft de aangeleerde neiging om de ontkenning op te zoeken. Sinds Jezus in je hart woont, is je hart aan het groeien in de geestelijke neiging om de erkenning op te zoeken. Je erkent dat er iets mist en ontvangt dan de voorziening van Jezus. Je maakt het openbaar en dankzij genade is het dan geen duisternis meer, maar licht!

Zoals Jezus jou niet ontkent maar erkent, mag jij je eigen zwakheden en tekorten zonder schroom erkennen. Jij bent zwak, maar Hij is krachtig. Een grotere erkenning voor het werk van Jezus is er niet.

Mediteer vandaag op:
Ik leef van genade. Daarom durf ik bij Jezus alles op tafel te leggen. Zijn genade is voor mij genoeg.