Everyday.jpg

Zie je mij op mijn avondwandeling? Loop hier en daar tegen een steentje aan te schoppen en nog eens na te denken over mijn eigen woorden van gisteren. Onder genade, krijgt iemand die het verprutst een nieuwe kans. Niet één keer, niet twee keer, maar zo vaak als het nodig is. 

Niet nodig om mijn pruts-momenten in herinnering te roepen, maar in de koude avondlucht komen ze toch even langs. Pruts in woorden die ik sprak, pruts door juist niet te spreken toen het wel moest, pruts in relatie met anderen, pruts in… ach, noem maar op. 

Over al die pruts strekt Jezus offer zich uit. Hij wist het, Hij is er bij geweest en Hij heeft het gedragen. Of ik Zijn genade ook nodig had… heb. 

Maakt die constatering het makkelijker om genade te bewijzen aan anderen? Zou je verwachten. Echter, genade ontvangen leidt soms tot een gek mechanisme. We denken, dat we daardoor beter geworden zijn dan de ander. Wij hebben immers erkend dat er ergens iets mis was, hebben Jezus en Zijn genade erbij gelaten en hebben ermee gedeald (ahem: heeft Hij gedaan). Als deze constateringen zo de revue gepasseerd zijn, ontstaat er een soort elitair denken (niet bij jou natuurlijk, beste lezer, alleen in mijn hoofd), dat ik daarmee die ander, die vandaag overduidelijk iets verprutst, de baas ben. 

Voor je het weet, vind je jezelf terug in een systeem van (be)oordelen wie een grotere prutser is en wie het nét iets beter begrepen heeft. 

Erkennen dat we allemaal Jezus en Zijn genade keihard nodig hebben, maakt nederig en liefdevol naar anderen. De ander is niet minder, wanneer hij nog prutst op een terrein waarop ik al genade ontvangen hebt. Hij is bezig, net als ik, een overvloed van genade te ontvangen - immers: ook zijn rechtvaardigheid komt als een gift en niet als verdienste. Dát helpt hem en mij om alle pruts in dit leven te boven te komen (Romeinen 5:17)! 

Mooie dag!