Zaterdag kondigde ik een robbertje plagen aan met Judith ons Haasje. Had ik niet moeten doen! Toen Marvin en ik arriveerden stonden we al dik met 1-0 achter. Judith had het hotel geboekt. Dus hadden wij 1 bed en 1 deken. :-O

Na één en ander alsnog geregeld te hebben, dachten we lekker te kunnen slapen. Maar ‘s nachts om 4.30 uur precies stapte er iemand doodleuk onze hotelkamer binnen. Dit bleek niet door Juuth geregeld te zijn, maar eerder gevolg van drank. Ik nóg blijer met twee dekens, want ik verwachtte dat Marvin uit bed zou vliegen om ons te verdedigen. Maar nee hoor…

We hebben die persoon trouwens nooit gezien. Na bezoekje badkamer schuifelde diegene onze kamer ook weer uit. “Ik hoop dattie jouw tandenborstel heeft gebruikt”, zei ik vol van genade tegen Marf. Dat leidde er tenminste wel toe dat hij alsnog uit bed ging. Om onze deur op slot te doen. :-)

Natuurlijk hebben we er hartelijk om gelachen. Maar ook wel een herinnering aan ‘ons oude leven’, waar je heel stoer volhield hoe tof het allemaal was. Terwijl je met drank en idioot gedrag simpelweg onzekerheid of leegte probeerde te maskeren.

Na een prima vervolg van onze schoonheidsslaap, fris naar de samenkomst in Jong en Vrij Groningen. Na afloop concludeerden we allebei dat we vooral ‘voor onszelf’ hadden aanbeden en zelf geholpen waren. Terwijl wij normaal ook allerlei ‘bedieningstechnische gedachten’ hebben (die twee ouwetjes op het balkon van de Muppets).

Gaat het zo goed in Groningen? Of moeten we zeggen: ‘waar een nachtelijk bezoekje al niet goed voor is! Eindelijk klimmen ze meteen bij God op schoot?’ Gelukkig kan Judith niet zeggen: dit laatste. Want ze zong zelf mee. Daardoor kunnen wij weer niet zeggen: het eerste. Let’s call it even. :-)

Dat wordt trouwens drie keer lezen Juuth! (Zie haar Facebook voor uitleg waarom)

Tot morgen!