In onze taal is het woord ‘nederigheid’ wat in onbruik geraakt. Het wordt geassocieerd met ‘kruiperigheid’ of ‘valse bescheidenheid’. Toch is er niks vals en niks kruiperigs aan. 

Het is evenmin een werk of prestatie: geen kampioenschappen nederigheid (hihi: lijstje met de vijf nederigste gemeenteleden op Facebook…).

Nederigheid is een deugd. Ook een ouderwets woord: een houding die ons helpt verstandig te wandelen (volgens Aristoteles). 

De eerste man die nederig genoemd wordt (‘bescheiden’ in onze Bijbelvertaling, maar in Numeri 12:3 staat het Hebreeuwse anaw voor ‘nederig’), is Mozes. De Bijbel schept op over zijn nederigheid (meer dan iemand anders op de aarde) - juist op een moment dat zijn leiderschap in twijfel wordt getrokken. 

De Heer zelf komt voor Mozes op en legt uit hoe Hij Mozes ziet: met mijn dienaar Mozes, op wie ik volledig kan vertrouwen, ga ik anders om: met hem spreek ik rechtstreeks, duidelijk, niet in raadsels, en hij aanschouwt mijn gestalte.

Wow, Mozes’ nederigheid leidt ertoe, dat hij door God wordt opgetild, zelfs boven profeten in het huis, die dromen en visioenen nodig hebben om God te verstaan. Nederigheid leidt tot een-op-eentjes met Hem!  

Nu hebben wij door het volbrachte werk van Jezus voor altijd een-op-een toegang tot de Vader en horen we Zijn stem door de Geest die in ons woont. Daarmee hebben we ook gelegenheid gekregen om nederigheid te beoefenen, niet om iets te bereiken (want dat hebben we al), maar omdat het leuk is.  God bewijst jou genade (1 Petrus 5:6), je ontvangt Zijn promotie, Zijn gunst, zonder dat je daarvoor iets hoeft te doen (Psalm 37:11). 

“Ontneem jezelf niet de kans op Goddelijke promotie door jezelf te promoten,” zei een collega-voorganger laatst. Nederigheid in een oneliner: minder vermoeiend, beter resultaat! 

Mooie dag!