“Ik ben het niet met je eens”, zei iemand. “Over dat loslaten: je moet de dingen toch zélf aanpakken, doen waar je voor aangenomen bent?” Geen ruzie, wel leuk om het onderwerp samen verder uit te diepen.

Met ‘loslaten’ bedoel ik niet ‘niks doen’. Loslaten is in de eerste plaats een actief proces. Je besluit omstandigheden (mensen?) die jij niet kunt veranderen, in Vaders hand te leggen. Dat ‘doen’ kost soms de nodige moeite, daarover genoeg te lezen in deze blogjes :)

Loslaten gaat vooral over zaken die we in feite tóch niet kunnen vasthouden. Dát is in essentie de reden dat Jezus ons aanmoedigt niet te piekeren (lees Mattëus 6). De dag van morgen? Is niet voor jou, maar voor Vader. Jij: loslaten dus!

Het doen waarvoor we zijn ‘aangenomen’, is niets anders dan onze plek innemen en Jezus navolgen in ons dagelijks leven. Je onderneming? Jij mag zeggen hoe je het wilt hebben, jij spreekt en jouw bedrijf komt in beweging. Je werkt, stuurt mensen aan - en laat los. Het resultaat (de zegen op het werk van je handen) is Vaders zorg (Psalm 1:3). 

Je gezin? Jij voedt op door liefde, waardering, geloof te spreken in je kinderen. Ook correctie hoort daarbij. Hun verdere ontwikkeling: Vaders zorg. School? Jij studeert, neemt de leerstof op. In alle rust bereid je je voor op je tentamens. Voor het resultaat: geen zorg, Hij zorgt. 

Betrouwbaarheid, doortastendheid, doelgerichtheid zijn stuk voor stuk eigenschappen die niet haaks staan op ‘loslaten’. Fijn als je vastpakt waarover je bent aangesteld: met je handen zegen je dat! Zodra we zorgen of frustratie bemerken: tijd om los te laten!

Ik noem dat ‘loshouden’. We pakken vast wat voor ons is - maar houden het losjes vast. Direct klaar om los te laten wat niet voor ons bedoeld is! 

Mooie dag!