De meest gestelde vraag van de afgelopen weken aan mij was niet: ‘Hoe was je vakantie?' Maar wel: ‘Wanneer begint de Everyday?’ Toen we vorige week weer een muis hadden, wist ik dat het tijd was.

Natuurlijk is de gemeente al een poosje uit haar zomerslaap. Ik had alleen nog weinig inspiratie. Om te schrijven over mijn verbazing dat de christelijke wereld ooit de term ‘ongeneeslijk ziek’ heeft geadopteerd, is ook zo sneu.

Zolang we heel moeilijk geloven dat we in de hemel komen, kunnen we nog moeilijker geloven dat de hemel in ons midden komt. Wie ziet zichzelf Jezus de vraag te stellen hoe in de hemel over de term ‘ongeneeslijk’ wordt gedacht?   

Anyway, we zijn weer terug. En de muis is al gevangen. Hij zat dit keer in de garage en aangezien Cody haar dag daar start (meiden met de fiets naar school), werd ik dringender dan vorige keer op oorlogspad gestuurd.

Toen ik dit weekend ontdekte dat de pindakaas zwaar op de maag lag en de muis de fase van ongeneeslijk voorbij was, was Cody net uit lunchen. Dus in overleg met de meiden twee fotootjes gestuurd met de tekst: ‘Hoe kun je mij nu niet leuk vinden?’ Dat leverde een spervuur aan emoticons op en: ‘Dit had ik niet willen zien!!!!!!!!’

Thuisgekomen deelde Amber haar opgewekt mee: De grijze muis ligt in de grijze container. Cody miste het kleurengrapje en reageerde angstig: ‘Dus daar moet ik wegblijven?’ Waarop ik droog opmerkte: ‘Ja, tenzij je wil zien dat zijn poepertje net zo uitpuilde als zijn ogen.' De meiden snikken van het lachen, ik de begunstigde van live emoticons.

Gelukkig is het Leven met een hoofdletter L niet te stoppen!

Tot morgen!