We appen het zo vaak, we schrijven het op of we roepen het tegen elkaar: “liefs!” Wat we precies bedoelen over te brengen, is niet helemaal duidelijk. Iets van ik wens je iets liefs toe. Een beetje zoiets als de titel van Wilma Veen’s boek Ik lief jou of zo… 

Deze week bij de fundamenten-connect in onze woonplaats, ging het ook over liefde. Over Gods liefde, jahaa, want God-is-liefde, dat weten we. Ik nam de groep mee op zoek naar de eerste keer dat het woord ‘houden van’ in het Oude Testament voorkomt. Het verhaal van Abraham die door God gevraagd wordt zijn langverwachte zoon te offeren. God spreekt dan over je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak (Genesis 22:2). 

Zonder aarzelen gaat Abraham op weg. Wanneer hij bij de berg Moria komt, zegt hij tegen zijn knechten: 'Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ (vers 5). In vol vertrouwen op God gaat hij verder én meldt zijn knechten ‘we komen naar jullie terug’

Zijn zoon Isaac vraagt naar het offer en hoort van zijn vader de beroemde woorden: 'God zal zich zelf van een offerlam voorzien’ (vers 8). We kennen het verhaal: wanneer Abraham het mes opheft, ziet hij een ram met zijn horens in de struiken. Gods boodschap aan Abraham is daar: ‘je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden’ (vers 12). 

Op de plek van de berg Moria werd zoveel jaren later Jezus voor ons geofferd. Zijn offer in onze plaats, zodat wij kunnen zeggen: ‘U hebt mij Uw Zoon, Uw Enige, niet willen onthouden!’  Dát is liefde.

Zóveel liefs, voor jou en mij, voor ons hele leven! 

Mooie dag!