Als voorganger moet je voorbereid zijn op allerlei vragen. Praktische vragen over ‘hoe doe je dit in genade?’ of theologische - natuurlijk, kom maar op… Een paar jongeren uit de gemeente wisten me toch even te verbazen. Via whatsapp kreeg ik de vraag: Waarom wordt in 1 Korinthe 13 over de liefde als ‘zij’ gesproken en niet over ‘hij’? 

Bijbeltijgers hebben de tekst natuurlijk direct paraat: uit het bekende ‘Hooglied van de liefde’: Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. 

De vraagstellers voegden snel hun suggestie toe in hun berichtje: of is dat soms omdat ‘de liefde’ vrouwelijk is? Bingo: niks theologisch referaat over de onbekende vrouw in het leven van Paulus of zo, gewoon een duidelijke taalkundig reden. Goed geraden dus! 

Nu ken ik de voorafgaande discussie van de jongeren niet, maar alle kans dat even gemediteerd is op een vrouwelijke kant van God. Oehoe… klinkt dat spannend? Niet voor David in Psalm 131: … ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij. 

Niet toevallig dat deze beeldspraak mij raakt in deze tijd: David brengt zijn ziel tot rust in het vertrouwen op de Heer (vers 3) - en dat voelt als in de veiligheid van een moeder. Gods tederheid wordt in de Bijbel vaker verbeeld met een moederfiguur. Lees maar eens in Jesaja 66:12 en 13. 

Gods eigenschappen zijn volledig in balans. Om jou iedere dag precies dát te geven waaraan je behoefte hebt. Troost, liefde, voeding: het is allemaal van Hem! 

Mooie dag!