De meesten van ons worden er mee van huis uit geprogrammeerd: niks doen kan niet.

In de pubertijd ontdek je uitslapen. Dan leer je de kantjes eraf lopen met huiswerk. En zette je soms alles op alles om lamlendig niks te doen.

Omdat de meeste ouders, verzorgers, leraars en aanverwanten daar zenuwachtig van worden, is het lummelen er bij de meesten van ons vakkundig uitgedrild.

Als je dan in, al dan niet verplichte, vakantie terecht komt (baan kwijt?), dan kan zich tot je verbazing schuldgevoel aan je opdringen. Stil zitten kan immers niet, toch?

Zo denken we over God soms ook. Hij zal het afkeuren als we niets doen. Terwijl in werkelijkheid rust een kwaliteit is! Niet op tijd de rust in gaan is ongeloof. Het gaat natuurlijk niet over lui zijn, maar vertrouwen op volbracht werk in plaats van altijd zelf hard werken. Dat is Goddelijk gedrag. 

Hebreeën‬ ‭4‬:‭9-10‬ Er blijft dan een rust over voor het volk Gods. Want die ingegaan is in zijn rust, heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne. 

Werken is een zegen en zaaien. Op tijd vrij nemen en vakantie vieren is zegen en oogsten!

Daarna kun je vaak meteen de volgende stap in geloof nemen: (zoveel) geld besteden aan zoiets als vakantie, kan dat wel?

1 Timoteus 6:17 Draag de rijken van deze wereld niet op om hoogmoedig te zijn en hun hoop niet in zoiets onzekers te stellen als rijkdom, maar op God, die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten. 

I rest (my case). God heeft geen geldgebrek en andere belangrijke dingen lijden niet onder gezond genieten.

Tot morgen!