Stel je eens voor. Het is zondagochtend. Je hebt zó’n rommeltje van je leven gemaakt, dat je in de gevangenis terecht bent gekomen. Je twijfelt enorm aan jezelf. En je familie en vrienden zullen ook wel teleurgesteld in je zijn? Wie wil jou eigenlijk nog?

Niet achterom kijken lukt niet, maar tegelijkertijd doet het pijn om het wel te doen. Je ziet jezelf onmiddellijk terug in situaties met diefstal, roofoverval, mishandeling of zelfs moord. Verledens van misbruik of prostitutie of mensenhandel of drugs toestanden. Je was wellicht slachtoffer, maar je bent ook dader? Verwoest en anderen verwoest?

Dan komen er een paar blije figuren, die schijnbaar nog geloven dat God bestaat. Die zijn zeker nog nooit in de ‘echte’ wereld geweest?

1 Petrus 5:7 Geef al uw zorgen en problemen over aan God, want Hij houdt van u en zorgt voor u.

Makkelijk praten. Ik ben verslaafd. Ik mis mijn kinderen. Ik mis mijn familie. Ik zit gevangen. Ik heb al eens een poging gedaan te geloven dat God bestaat, maar het is een sprookje gebleken.

Gelukkig zijn die blije mensen Geest vervuld. De Heilige Geest met alle compassie, vergeving, geloof en alle kracht van Jezus Zelf is erbij. En dat gaat vanochtend voelbaar zijn in twee diensten in een gevangenis, die vanuit Jong en Vrij worden verzorgd.

Tegelijkertijd probeer ik je te laten aanvoelen, dat zulke dingen niet zonder gebed kunnen. Neem je nu een minuutje en de komende tijd steeds wanneer je er aan denkt, om mee te bidden. Ook voor de nawerking. We laten stapels genademateriaal achter.

By the way, bovenstaande tekst gaat Marloes niet preken in de gevangenis. Die was gewoon voor ons. Het is een zegen als je vrij kunt bewegen en een dienst kan bezoeken. Geef AL het andere lekker aan de Heer.

Tot morgen!