Zondag hebben we het over meningen gehad. Als je wil weten of jij een sterke eigen mening hebt, moet je tellen hoe vaak je ‘ja maar’ in combinatie met ‘ik vind’ zegt, denkt of voelt. :-)

Zondag zagen we dat Paulus ons oproept om eensgezind te zijn, met één streven dus één doel en één van gedachten (Filipenzen 2:2). Maar hoe bereik je dat?!?

Je mening bepaalt meestal je houding. De Bijbel noemt die houding je gezindheid. Paulus roept ons allemaal op om onze eigen gezindheid in te leveren voor die van Christus. Zo kun je je eigen gezindheid ook herkennen:

- waar heb ik mijn zinnen op gezet (dat wil ik bereiken)
- dat is niet naar mijn zin (ik wil het anders)
- daar heb ik geen zin in (ik zie geen nut) 

Huh?! Dat inleveren!? Hier ontstaat in onze democratisch gevormde breintjes meestal verwarring. Worden we dan willoze, hulpeloze marionetten of slachtoffers? Om te beginnen past de gezindheid van Christus die je er voor terug krijgt, veel beter bij je. Vertrouw dat!

Je nieuwe schepping is gemaakt om in díe gezindheid te wandelen en te floreren. Het betekent ook niet dat je geen mening meer hebt. Je vormt die echter vooral over diegene of datgene waar God jóu over heeft gesteld. En dus niet zozeer het deel waar God een ander over heeft gesteld.

Bijvoorbeeld: je werkt in de gemeente met iemand mee die God over een bepaald (onder)deel heeft gesteld. Dan heb je daar wellicht een eigen mening over, maar je geeft daar simpelweg minder gewicht aan. Wordt er naar gevraagd dan deel je het. Maar je laat je houding niet bepalen door jouw mening, mocht die anders zijn. Je hebt immers toch één gezamenlijk streven wat voor iedereen goed is?

Morgen meer!