‘We hopen er maar het beste van…’ is een uitspraak waarbij je over het algemeen aan de spreker ziet dat het tegendeel ook goed waar zou kunnen zijn. Hoop heeft niet voor niets te maken met ‘iets in de toekomst’. Iets wat de meeste mensen dus nog niet weten. Morgen mooi weer? Ik hoop ’t - maar alleen Weerman Piet weet het. Hopen op iets in het verleden? Niet zinvol: je weet namelijk al wat daar was. 

Dat maakt hopen dus een beetje spannend. Hopen op iets van mensen, iets waarin een ander de hand heeft of - en misschien wel erger - hopen op iets van jezelf: moeizaam. Teleurstelling ligt dan op de loer. 

Mijn hemelse Vader wil voor mij, dat mijn hoop (een positieve verwachting van iets goeds) alleen nog op Hem is. Hij is namelijk van alle tijden - gaat dus niet voorbij. Bovendien is Hij is almachtig en kan dus alles doen wat nodig is. Tenslotte is altijd dichtbij. Dat is fijn wanneer mijn hartje onzeker wordt wanneer het zichtbare resultaat van mijn hopen uitblijft. 

In de tussentijd, volledig in lijn met de Everydays van deze week, blijven we hopen: dat werkt namelijk volharding uit (Romeinen 8:25). Daar worden we steviger van. Vader laat ons dan ook in alle liefde zien, wanneer stukjes van onze hoop stiekem nog op een zakelijke deal waren… of op een baas die ons salaris zou verhogen… of op een diploma dat ons door die sollicitatie zou helpen. 

Stukje voor stukje helpt Hij ons vertrouwen in alles van ‘zelf’ of ‘anderen’ opgeven. Daarvoor in de plaats: volharding - en dat is wat anders dan ‘tanden op elkaar, we houden ’t wel uit…’. Geduldig en standvastig zegt de verklaring van dit woord. Klinkt goed, toch? 

Stapje voor stapje: blijf hopen! Mooie dag!