Soms ben ik het even kwijt. Had je niet gedacht van een voorganger, maar ’t is zo. Ik meende redelijk beeld te hebben van de weg die Vader met me wandelde, maar na wat bochten en rotondes snapte ik het niet meer zo. 

Nu is er met Vader niets mis. Na wat rondjes met mezelf (graaf, graaf in mijn gedachten) kom ik dan tot de ontdekking, dat het wel aan mij moet liggen: ik snap iets nog niet, ik ben nog niet voldoende gegroeid, ik heb onvoldoende van… (vul maar een geestelijk principe in, zie daarvoor de Everydays van het afgelopen jaar…). Dan zijn de spirituele rapen goed gaar: tref ik mezelf toch ineens navelstarend aan. 

Genesis 3 vertelt over de val van de mens. Op het moment dat Adam en Eva nemen van de boom van kennis van goed en kwaad, ontdekken ze als eerste dat ze naakt zijn (vers 7). Hun ogen worden geopend - en ze kijken naar zichzelf. 

God in Zijn liefde zoekt de mens op. Hij roept: “Adam, waar ben je?” Wanneer Adam zich laat vinden, is Gods tweede vraag niet: “Wat hebben jullie nou voor stoms gedaan?!?!” Hij vraagt liefdevol: “Wie heeft je verteld dat je naakt bent?” (vers11). 

Wanneer er in mijn leven iets ‘mis’ lijkt te gaan en ik zoek de fout bij mezelf (ahem: van welke boom sta ik te knagen?), dan komt Vader en identificeert de leugenaar. Wie vertelt jou dat dit niet goed gaat? Wie vertelt jou dat Mijn plan met jou is veranderd? Wie houdt jou voor de gek? 

Laat je niet meer foppen. Ga ik ook niet meer doen (eerste goede voornemen!). Geen leugens meer: niet over Vader, niet over jou. Zijn plan met jou staat vast (Jeremia 29:11). 

Mooie dag!