De laatste dagen van 2015 lees je in de Everyday waardevolle lessen in het afgelopen jaar van de voorgangers van Jong en Vrij. Vandaag: pastor Constantijn Geluk.

‘Papa, doe maar net of opa deze keer wat langer weg is, op reis naar Kenia ofzo. En dat je hem dan niet over twee weken maar over vijf jaar weer terug ziet. Als de Here Jezus ons komt ophalen.’

Het was laat geworden op die woensdag in september. ’s Middags was mijn vader plotseling overleden. Emoties die ik niet kende, waren bovengekomen. En mijn kinderen hadden het gezien. Hun papa had gehuild. Hartverscheurend. Waarschijnlijk maakte dat op hen nog de meeste indruk.

Wat volgde, was een bijzondere week. Een week vol verwerking, samenzijn en troost. Een week waarin we ook veel met onze kinderen praatten. Over de dood, over het leven, over oma, over de hemel. En over God, die huilde toen het regende, maar ook weer blij was toen de zon scheen. 

Een maand eerder had ik met mijn oudste dochter Jolijn (11) over de toekomst gesproken. Op een dag vroeg ze me ineens de hemd van het lijf. Over wanneer de Here Jezus nou eindelijk zou komen. Hoe ze zeker kon weten dat haar vriendinnen dan ook mee zouden gaan. En over Opi, de man van Omi (92), die zonder twijfel vet aan het genieten was in de hemel, maar waarvan eigenlijk?

Toen ik haar die avond naar bed bracht en ze me zo kostbaar troostte, werd ik vervuld met dankbaarheid. Het evangelie waarin ik geloof, is geen mooi verhaal. Het is werkelijkheid. En niet alleen voor mij, maar ook voor mijn kinderen. Gezegend om tot zegen te zijn. Ik hoor het ze zeggen: Nog heel even en dan komt Jezus ons ophalen. 

En de dood? Die zien we nooit meer terug.