Everyday.jpg

Deze dagen ben ik in Budapest. Vandaag ontmoet ik alle voorgangers die betrokken zijn bij het evenement eind september, waar het onderwijs van Pastor Princevanuit Stuttgart live te volgen zal zijn in het Hongaars. 

Van huis zijn is nóg iets minder leuk geworden sinds kleine Anna in ons leven is… of ze zou mee op reis moeten, natuurlijk, maar dat vond haar mama deze keer niet goed. 

Van een goede vriendin kreeg ik een heuse foto-reportage van dochterlief voor mijn verjaardag. Kun je een papa gelukkiger maken…? Ik koester deze plaatjes en kijk af en toe met een scheef oog in mijn telefoon om haar iets minder te missen… of wordt ’t daar juist erger van? 

Blijkbaar had Anna aan mama verteld dat ze papa ook heus mist. Op mijn oproep via FaceTime gisteravond, verscheen niet Annemarie in beeld, maar m’n kleine meis. Mijn hart sprong op. “Zou ze me herkennen?” vroeg ik me af - wat weet een meisje van zeven maanden van smartphones en beeldtelefonie? Wel, dat bleek reuze mee te vallen. Op mijn gebabbel reageerde ze met een brede glimlach. Ze wilde zelfs wat dichterbij komen (om te voelen of ik ‘echt’ was?). Toen ik ‘onze’ geluidjes produceerde (je wilt niet weten hoe gek een vader van een baby doet…), antwoordde ze met haar gebruikelijke gekraai. 

Anna is aan het ontdekken hoe haar papa eruit ziet. Ze hoeft niet heel lang te doen met een beeldschermpje, ik ben gauw weer thuis. Dan komt ze zonder schroom dichterbij en legt het liefst een klein handje op mijn neus of prikt een vinger in mijn oog. En ik vind dat mooi…

Wanneer wij ontdekken hoe onze Vader eruit ziet, hoeven we geen genoegen te nemen met een scherm of een spiegel. We mogen dichtbij komen, Hem kennen zoals Hij zich in Jezus heeft láten kennen. Onze handen naar Hem uitstrekken. Nog onbeholpen? Onwennig? Hij vindt ’t mooi. 

Mooie dag!