Gisteravond was tof: de laatste Connect-avond over de gemeente. Je hebt ’t al eerder gemerkt: ik word nogal blij van dat onderwerp. 

Paulus leert ons dat God de Vader van een familie wilde zijn. Zijn woorden die de Vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde in Efeziërs 3:15 worden in de King James vertaling weergegeven als de Vader van de hele familie.

God is een Vader naar Zijn karakter, Hij heeft er naar verlangd dat Zijn kinderen als een grote familie samenleven. De groep mensen die je op zondag ziet, is daarvan een deel. Gemeente is ook door de week: in de vele app-groepen, in de Connect bijeenkomsten, in de buurt wanneer je elkaar opzoekt. 

In de Connect waarmee wij dit seizoen opliepen, was de praktische aandacht en zorg voor elkaar bijna vanzelfsprekend. Dat ging zover als hulp bij verhuizing, de inrichting van een nieuwe woning en het overnemen van elkaars taken in de gemeente. 

Dit is, wat God vanaf het begin met Zijn kinderen voor had. David profeteert daarover al in Psalm 68: God geeft de eenzamen een thuis. In het Hebreeuws staat daar eenvoudigweg: Hij plaatst de eenzamen in een familie, een gezin. 

Jij mag thuis zijn in dat gezin. Misschien voel jij je de verre neef die af en toe binnenvliegt, maar mag ik je eraan herinneren, dat God geen neefjes of nichtjes heeft? In Jezus ben jij aangenomen als Zijn kind. Dat is de waarheid over jou, ook wanneer je je misschien wat verder van de rest van de familie voelt. 

Terwijl je die waarheid uitspreekt, zie je de Vader zijn liefdevolle armen om je heen slaan om je aan tafel te zetten, tussen je broers en zussen. 

Geniet ervan!