Het lijkt erop dat Johannes van ‘de twaalf discipelen’ het hart van Jezus het beste kende. Aanvankelijk werd hij door Hem nog een ‘zoon van de donder’ genoemd (vast niet zonder reden). Maar zijn hart veranderde. Dat werd al duidelijk aan het ‘laatste avondmaal’ (toen hij zich dicht tegen Jezus aan nestelde) maar bleek vooral toen hij als enige van de twaalf bij het kruis te vinden was.

Johannes wordt wel ‘de apostel van de liefde’ genoemd. Hij schrijft er veel over, omdat hij ontdekt heeft dat liefde het ‘materiaal’ is waarmee God de wereld maakte. Zoals wij klei nemen om daar een beeld van te maken, nam God liefde en schiep daar alles mee wat wij om ons heen zien. Met als hoogtepunt dat Hij ons maakte, naar Zijn eigen beeld.

Als je los komt te staan van Zijn liefde, kan er van alles met je gebeuren. Johannes had ervaren dat je zelfs ‘een zoon van de donder’ kunt worden. Dan leef je in duisternis; dezelfde duisternis die er was voordat God alles maakte. En dat is geen leven. Als je Zijn liefde niet kent, is het donker in je hart en heb je geen idee wat écht leven is, zoals Hij dat jou wil geven.

Daarom schrijft Johannes in zijn eerste brief: ‘God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.’ Dat wist hij sinds hij in zijn donderende hart het licht had ontvangen: Gods liefde. En toen die liefde daar wortelde, veranderde zijn leven compleet. Vandaar dat hij aan het slot schrijft: ‘God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in Zijn Zoon.’

Als boezemvriend van Jezus wist Johannes dat mensen geneigd zijn erg ingewikkeld te doen over het vinden van Gods leven. Maar hij had ontdekt hoe eenvoudig het eigenlijk is. Als je Jezus kent, woont Hij in je. Dan is het licht in je hart. Dan is er leven in je hart. Hemels leven. En dan wordt alles anders. Zijn liefde wordt je krachtbron, die aan elk gedonder een eind maakt.

Mediteer vandaag op:
Gods liefde, licht en leven vult mijn hele hart. Alles in mij mag zich daarvan bewust zijn.