Het is heel irritant om te ontdekken dat je soms iets wel ‘weet’ maar niet ‘voelt’. Bijvoorbeeld: je wéét dat Jezus heeft betaald voor een gezegend, voorspoedig leven. De Bijbel is er duidelijk over, je gelooft wat je er in preken over hoort, maar hebt toch moeite dit te ervaren. Er lijkt een kloof te zijn tussen je denken en je hart.

Nader onderzoek leert dat die kloof te verklaren is. Er is namelijk een fundamenteel verschil tussen je gedachten en je geloofsovertuigingen. Gedachten zijn er de hele dag. Ze komen en gaan. Ze roepen allerlei emoties in je op. Soms blijven ze een tijdje, maar ze veranderen telkens weer. En als ze erg lang blijven, herken je dat als piekeren.

Geloofsovertuigingen zitten veel dieper, in je hart. Die ontstaan langzaam. Ze laten zien wat je in je hart écht gelooft. Het zijn de diepe impressies aan jouw binnenkant, die je leven besturen en controleren. De keuzes die je maakt, worden vooral door je geloofsovertuigingen bepaald. Vandaar dat jouw keuzes veel zeggen over wat je echt gelooft (en niet alleen ‘weet’).

Geloven is geen optelsom van een paar feiten die je goed op een rijtje hebt. Verstandelijk instemmen met wat God zegt, is iets anders dan daarvan in je hart overtuigd zijn. Om werkelijk van de liefde en gunst van God te kunnen genieten, moet je daar innerlijk overtuigd van raken. Je kunt alleen de realiteit van je eigen hart ervaren, niet de waarheid die van buiten of boven wordt aangereikt.

Als je hart zich overgeeft aan de realiteit dat Christus in je leeft, ga je merken dat de innerlijke kloof tussen weten en voelen wordt overbrugd. Je hart komt tot leven en je denken komt tot rust. En van binnen voel je je eindelijk gelukkig.

Mediteer vandaag op:
Mijn geloofsovertuigingen bepalen mijn leven. Mijn hart vertrouwt op Jezus.