Regelmatig spreken we in onze gemeente over ‘een cultuur van eer’. Een heel Nederlandse is dan ‘hoezo?’. 

Bij de introductie van ons jaarthema ontdekten we dat ‘eer bewijzen’ iets is wat Jezus ons voordoet om Hem daarin te volgen. In Zijn weg naar het kruis achtte Hij ons belangrijker dan zichzelf. Hij hield Zijn ‘status’ (Zijn gestalte, zegt Filippenzen 2:7) niet vast, maar nam de rol van een slaaf in. Hij werd vernederd en was gehoorzaam - voor onze redding. 

Jezus introduceerde een hemels patroon. De ‘onderste weg’ gaan, leidt tot grote glorie (Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat - vs 9). 

Toch voelt het voor ons (want op aarde) soms als ‘tegennatuurlijk’ en lijkt ‘eer geven’ soms iets ongemakkelijks.

Vandaag een verhaaltje hoe leuk dit kan werken in de praktijk. Ik schreef al eerder over het team dat zich voorbereidde op de reis naar Albanië. Eén van de dingen die ze moesten weten was dat het er in de gemeente hier wellicht wat anders toegaat dan wij gewend zijn. Menno en Annedien, die het team aanvoeren, hebben hun mensen daar lekker op voorbereid. Naar de leiders van de gemeente hier in Durrës zie ik bij het hele team een houding van ‘u mag het zeggen’. 

Op de avond na onze eerste dag samen (een zondag, twee diensten, weinig slaap) kreeg ik een berichtje van de voorgangers. Letterlijk zeiden ze: “Dankjewel voor het respect dat jullie tonen voor ons, daarmee heb je ons opgetild en ons geloof opgebouwd. We hebben nieuw zicht gekregen op wat mogelijk is”.

Wat een effect: door dit principe toe te passen, worden de leiders van een gemeente hoger opgetild. Dat gaat effect hebben op de gemeente, de stad en het land. 

Eer? Ik word er blij van!