Wanneer heb je een ‘goed hart’? De meeste mensen zullen zeggen: ‘Als je goed bent voor een ander. Als je niet alleen voor jezelf leeft.’ Wanneer je met een streng godsbeeld bent opgevoed, heb je daar heel andere dingen over gehoord. Bijvoorbeeld de vaak geciteerde woorden uit Jeremia 17:8: ‘Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?’

Wat een bevrijding was het toen je hoorde dat je dankzij Gods genade niet meer hoeft te twijfelen aan je hart. Die genade lost bovenstaand probleem vakkundig op en werd in Ezechiel 36:25 al aangekondigd: ‘Ik zal je een nieuw hart geven en een nieuwe geest in je binnenste. Ik zal het hart van steen uit je lichaam wegnemen en je een hart van vlees geven.’

Toen de Heilige Geest kwam (na de overwinning van Jezus), werden deze woorden werkelijkheid. Sindsdien maakt iedereen die in Hem gaat geloven een bovennatuurlijke hartverandering mee. Je oude, zelfzuchtige hart wordt vervangen door Zijn nieuwe hart, levend en zuiver, waar Hij zelf in woont.

Wat is er bijzonder aan je nieuwe hart? Het is een hart van genade. Er gebeurt dan ook van alles in dat die genade nodig heeft. Het is geen hart zonder fouten, tekortkomingen, pijn en moeite, maar een hart dat daarmee de hoofdbewoner opzoekt. Door alles wat in je leeft schaamteloos bij Jezus te brengen, word je innerlijk (in je emoties, denken en je wil) vernieuwd naar Zijn beeld.

Dat God in staat zou zijn om in imperfecte mensen te wonen, had niemand voor mogelijk gehouden. En toch is het zo. De perfecte genade van Jezus vult al jouw tekorten aan. Daarom voelt Hij Zich helemaal thuis in je. En daarom hoef jij niet meer aan je hart te twijfelen. Het is niet goed of slecht, het is een hart van genade.

Mediteer vandaag op:
Ik heb een nieuw hart; een hart van genade. Dankzij Jezus ben ik een nieuwe schepping!