Toen ik lang geleden leerde fietsen (op een klein rood fietsje met zijwieltjes), rende mijn vader met me mee. Vlakbij was een aardig hofje met woningen voor senioren, waar veilig geoefend kon worden.

Toen ik de slag lekker te pakken had, vertrok ik - voor mijn vader nog redelijk onverwacht - in een tamelijk rechte lijn. Inmiddels moe geworden van het meerennen, besloot pa ’t hierbij te laten en te kijken hoever ik kwam. Bij de eerste bocht werd duidelijk, dat ik het rechtdoor rijden goed te pakken had… 

In het midden van het hofje stond een - in mijn herinnering - enorm perk met rozenstruiken. Daar landde het kleine rode fietsje met zijn trotse berijder. Van de trots was niet zoveel over, toen vader één voor één de doorns van de rozen uit de roze beentjes pulkte. Naar verluid heb ik een flinke keel opgezet… 

Deze vroege herinnering komt bij mij boven wanneer ik struiken met doorns zie. De doorns van deze rozenstruiken vallen echter volledig in het niet bij de doorns die je in het Midden Oosten tegenkomt. Over het algemeen wordt aangenomen, dat de plant Jujube, Latijnse naam Ziziphus spina-christi, de struik is waarvan de doornen gebruikt werden om Jezus te folteren. Deze struik groeit nog steeds op de oostelijke gedeeltes van de berg Moria, de tempelberg. 

De doornen zijn extreem scherp en centimeters lang. Ze moeten bij het barbaarse spel met Jezus diep in zijn huid zijn doorgedrongen. 

Niets in Jezus’ lijden was ‘zomaar’. Hij wist hoe ons denken ons lastig kan vallen - soms echt kan kwellen. Zijn lijden en sterven was écht plaatsvervangend: in onze plek. Met deze doornenkroon heeft Hij alle gedachten gedragen die ons pijn en leed bezorgen. Probeert iets nog diep in jouw gedachten binnen te dringen? Hij heeft ermee afgerekend, jij bent vrij!

Tip: Kijk (opnieuw?) de preek ‘Kom je kijken?’ in deze app en help jezelf gezond te denken!