Eén van mijn collega voorgangers bracht de afgelopen week een paar dagen in het ziekenhuis door. Gelukkig herstelde hij snel en mocht gauw weer naar huis. Dit weekend sprak ik zijn vrouw. 

“Blij dat ik weer zonder rekening te houden met bezoektijden bij mijn man mag," sprak ze opgelucht. Ze had er ook direct een openbaring bij: “Ik kan me voorstellen hoe God de Vader genoeg had van het systeem van bezoektijden!”

Nu weet ze van mij, dat ik altijd op zoek ben naar eenvoudige manieren om geestelijke werkelijkheid uit te leggen. Ik schreef dus snel mee, dat begrijp je…

Immers: het systeem van de offerdienst kan uitgelegd worden als ‘bezoektijden’: alleen wanneer was voldaan aan de specifieke voorwaarden, konden één of enkele mensen in de nabijheid van God komen. Nu zal iedere zuster in het ziekenhuis zich haasten je uit te leggen, dat bezoektijden heus bedoeld zijn voor het wel van de patiënt. Dat gold precies ook voor het systeem van de offerdienst: zonder dat kon immers een zondig mens in de nabijheid van de Allerhoogste niet overleven.          

Misschien klinkt de vergelijking voor jou wat profaan - God had immers dit systeem zelf aan de mens gegeven? Klopt ook: en Hij besloot dat het systeem zijn tijd gehad had. De schrijver van Hebreeën 8 legt uit, dat het oude verbond (het systeem van de bezoektijden) gebreken kende - het was ‘versleten’ (vers 13). God zelf zorgde voor de opheffing ervan en stelde een nieuw verbond in werking. 

In dat nieuwe is geen plaats meer voor afstand, voor bezoek beperkt tot gezette tijden. God wil dichtbij Zijn kinderen zijn: in hun verstand, in hun harten. Dichterbij dan ooit, voor altijd!

Tip: mediteer vandaag op Hebreeën 8:10-12 - In hun verstand zal ik mijn wetten leggen en in hun hart zal ik ze neerschrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Volksgenoten zullen elkaar niet meer hoeven te onderwijzen, men zal elkaar niet meer hoeven te zeggen: "Ken de Heer!", want allen zullen mij kennen, van klein tot groot. Ik zal hun wandaden vergeven en aan hun zonden zal ik niet meer denken.'