‘Ik begrijp er geen fluit van!’. Nadat ik in 1996 tot geloof kwam, ging deze gedachte de eerste jaren regelmatig door me heen. Bijvoorbeeld bij wat ik in de Bijbel las. Begin maar in de Evangeliën, was het advies. Eh… Okay. Waarom staan er geen telefoonnummers bij die namen?! (ahum, het geslachtsregister). Wat er in sommige diensten langs kwam, daar heb ik wenkbrauwspieren mee getraind. En mijn leven voelde soms als hel, maar nee hoor, ik maakte nu deel uit vande hemel?! ;-)

Toch heb ik weinig last gehad van alle vragen. Eerst nog wel. Maar binnen een half jaar kreeg ik heel sterk het idee, dat God me een tip gaf: stel je maar voor dat er bij Mij een kapstok is. En alles wat je niet begrijpt, hang je daar aan. Je zult zien dat ik deze vragen door de tijd heen één voor één beantwoord. Mijn reactie: da’s mooi. Daar vertrouw ik dan op.

Wat ik zelf superleuk vind aan dit kapstok-principe, is dat ik soms vragen vergeet. Maar Mijn hemelse Vader niet! Zo kwam er afgelopen week weer een stuk antwoord. Ik had altijd moeite met de tekst: ‘De armen hebben jullie altijd bij je, maar Mij niet’. De context is dat een vrouw een heel duur kruikje olie (parfum) over Jezus uitgiet. De discipelen vinden het verspilling. Dat geld had beter aan de armen besteed kunnen worden.

De opmerking van Jezus lijkt dan een beetje cru? Als we geld aan Hem besteden, moet dat toch maar even ten koste van? Maar ineens zag ik het. Die vrouw had liefde van Jezus ontvangen en gaf het zó terug. Het zijn de discipelen die in tekort denken. Zij zijn op dat moment de armen! En Jezus zegt: Die hebben we er al genoeg, doe liever die vrouw na!

De zuinige, ‘eerlijk zullen we alles delen’ manier is aards en beperkt. Dan zullen er altijd te weinig middelen zijn voor teveel mensen en teveel problemen. Ontvangen? Durf dan eerst terug te geven (besteden) aan (het lichaam) van Jezus. En ontdek dat zó juist rijke voorziening ontstaat, voor iedereen.  

Vind jij dit principe lastig te begrijpen? Hoe dan? Dan kan ik je van harte de hemelse Kapstok aanbevelen! :-)

Tot morgen!