Het lijkt alsof ze in de grote steden van deze wereld méér aanwezig zijn - in ieder geval zichtbaarder zijn: de mensen zonder vaste plek om te wonen. In de onderdoorgangen van de metrostations van Budapest is het soms slalommen tussen de matrassen, dekens en plastic zakken met schamele bezittingen door. 

Wanneer ik gewoon weer thuis komt in een huis met een dak, lijkt het alsof ik even gekeken heb in een andere wereld. Een wereld waar andere wetten gelden, een wereld die zoveel onzekerder is dan de mijne. Een wereld ook, waar iedere Ikea-tas, iedere verschoten slaapzak en elk blikje avondeten vertelt van zoveel verdriet. Vervlogen dromen, kapotte levens, gebroken harten. 

Groot voelt het ook: Hoe kun je helpen? Is geld een oplossing? Maaltijdvoorziening? Bed, bad, brood? Vorig jaar hoorde ik het verhaal van een man zonder thuis, die aangetrokken door de muziek, als toeschouwer bij een doopdienst stond. Nadat hij een tijdje geluisterd had naar de voorganger, die vertelde over Gods onvoorwaardelijke liefde, stapte hij naar voren en zei: “Dat wil ik ook!”. Ter plekke werd hij gedoopt. 

Échte verandering in een stuk leven wordt alleen door Jezus gebracht. We zien en horen de getuigen daarvan om ons heen. Jezus, Gods geschenk voor ons, die Zijn grootheid inleverde voor ons kleine bestaan. Dat is groots. 

Terwijl ik door de stad loop, mediteer ik op die verschillende dimensies. Psalm 147 helpt: Hij geneest wie gebroken (van hart) zijn en verzorgt hun diepe wonden. Hij bepaalt het getal van de sterren, Hij roept ze alle bij hun naam. Van de sterren tot mijn hart. Bij God kan het allemaal. De haren op mijn hoofd (ja, heus!) en machten van de wereld. 

Is er iets wat groot lijkt vandaag? Iets waardoor jij je klein voelt? Wat jouw verhaal ook is, bij Hem ben je ‘onder dak’, veilig, verborgen in Zijn tent - en hoog opgetild op een stevige rots (naar Psalm 27:5). 

Mooie dag!