Het is tegenwoordig een feest om boodschappen te doen. Iedere dame die ik tegenkom, begroet me met een vertederde glimlach. Wanneer ik de blik echter zorgvuldig volg, zie ik dat deze gericht is op het kleine meisje in de kinderwagen die ik voortduw…

Ik ben wel dankbaar met het bakje dat voor me uit rolt: kleine meis blijkt een schat aan bergruimte te hebben voor mijn boodschappen. Voor mij derhalve geen gesjouw met boodschappentassen meer. Klein lief meisje ‘draagt’ in de benedenverdieping van haar wagentje alles naar huis, ik blij met haar ‘hulp’.

Ik kan me herinneren dat ik het als klein jongetje ook prachtig vond, mijn vader te ‘helpen’. Hilarisch verhaal in familiekring speelde zich af toen ik kon praten, maar verder nog passief in het kinderzitje vóór op vaders fiets zat. Terwijl hij hoorbaar zwoegend de heuvels van de Posbank trotseerde, brabbelde ik, alsof ik even hard moest trappen als hij: “Jaja, pap, valt niet mee hè?” 

Kinderen vinden het prachtig om hun vader van dienst te zijn met welk kleine klusje dan ook. Vreemd genoeg lijken we die houding ook aan te nemen in de wandel met onze hemelse Vader. Terwijl Hij daar niet op uit is. Sterker nog: Hij heeft onze inzet niet ‘nodig’, is immers Zélf almachtig.

Waarom betrekt Vader ons dan bij de dingen die wij zo graag ‘voor Hem’ noemen? Ik geloof dat het Zijn verlangen is om dingen ‘samen’ te doen. Vader verlangde ernaar de relatie met Zijn kinderen te herstellen, met jou samen het leven te ‘doen’. Boodschappen of fietstocht? Hij is er graag bij!

Of je nu dapper meetrapt of dom in het zitje hangt: Hij geniet van jouw aanwezigheid, het horen van je stem. Vergeet jij vandaag niet te genieten van Zijn blik, Zijn woorden over jou? 

Mooie dag!