Vandaag gaan Annemarie en ik op reis naar Albanië. Nu kan ons kleine meisje nog steeds niet zo goed zonder ons (en zeker niet zonder haar mama), dus zij mag ook mee. We kijken er naar uit tijd door te brengen met de voorgangers in Durrës en hun leidersteam. 

Gelukkig ben ik getrouwd met de meest relaxte mama van de wereld - maar op reis met een klein kindje, dat vraagt even wat voorbereiding. Voor je (lees: ik) het weet, schiet ik in ‘zorgen’. Dat was precies niet de bedoeling. Liefdevol corrigeert haar mama mij dan - maar deze week deed klein prutteltje ook een duit in het zakje. 

Kort na het wakker worden, kwam ze op mama’s arm naar beneden en maakte kraaiend duidelijk dat ze papa ook wel even goedemorgen wilde wensen. In mijn armen vervolgens, had ze ’t zo goed naar haar zin, dat ze haar hoofdje tegen mijn ene wang legde en haar kleine handje op mijn andere. Ik zat klem in haar omhelzing zogezegd. 

Met haar baby-hug hielp kleine Anna mij mediteren op hoe ik bij Vader ben. Terwijl ik in Zijn armen ben (voor altijd met Jezus, in Hem verborgen, Kolossenzen 3:3), compleet veilig en beschermd, vlei ik mijn gezicht tegen Hem aan. Is dat wat de Bijbel bedoelt, wanneer verteld wordt hoe God met Mozes sprak, van aangezicht tot aangezicht (Exodus 33:11, NBG)? 

Ik kan Vaders adem voor mij horen, voelen. Zijn sterke armen beschermen mij. Wanneer Hij spreekt, herken en versta ik Zijn stem. Mijn andere hand rust op Zijn gezicht, ik voel hoe Hij over mij glimlacht. 

Zoals een kindje zich geen enkele zorgen maakt over de dag (weet zij veel dat ze straks gaat vliegen!), maar zich toevertrouwt aan Vaders goede zorgen, zó vertrouw ik: Hij zorgt voor mij. 

Het is een mooie dag!