Zo’n dingetje in ons huis deze tijd… op wie lijkt de kleine het meest? De suggesties zijn niet van de lucht: mama’s kuiltje bij een voortijdige lachreflex, mijn oortjes (nou ja, in aanzet dan - nog niet helemaal mijn maat…). 

Om na te gaan of dat écht eigenschappen zijn die vanaf de geboorte aanwezig kunnen zijn, werden deze week onze respectievelijk fotoboeken tevoorschijn gehaald. Eerste constatering: enkele decennia geleden waren onze ouders nog niet zo van de baby-close-ups…

Concurrentie volop: ook grote broer en zus buigen zich over de eigen babyfoto’s om vast te stellen of en zo ja wie uiterlijke eigenschappen heeft ‘overgedragen’. 

Wij vinden het leuk om gelijkenis te zien, te constateren: “Ja, dat heeft ze écht van jou.” Dát hebben wij dan weer van onze Vader. Hij had er zoveel plezier in zijn goddelijke eigenschappen over te dragen, dat Hij zei: “Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken.” (Genesis 1:26). God was ook succesvol in het doorgeven van zijn beeld: een vers later lezen we: God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem. 

Nadat de mens zijn eigen weg was gegaan, stopte God Zijn plan voor de overdracht van goddelijke eigenschappen niet. In Jezus werd dit plan (opnieuw goddelijk) hersteld. Jezus heeft de afstand tussen God en mens overbrugd, iedere eis (waaraan wij niet zouden kunnen voldoen) vervuld. Paulus stelt dan vast: En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is. (2 Korinthe 3:18) 

Niet meer nodig om babyfoto’s te checken. Jij lijkt op je Vader - en door Zijn Geest wordt dat steeds meer zichtbaar! 

Mooie dag!