Het ging best lekker. Misschien reed ik een ietsiepietsie te hard op de linker rijstrook, maar ik had (terwijl mij niets werd gevraagd) een excuus: ik wilde snel naar huis. De auto die voor mij op de middelste rijstrook reed, besloot in te gaan halen. 

Dat de invoegende (‘zeg maar gerust in-hoekende!’ grom ik) bestuurder daarbij zijn richtingaanwijzer slechts even aantikte, was niet zo zeer het punt. Dat ik best mijn voet van het gas had kunnen halen toen hij aanstalten maakte zich richting mijn rijstrook te begeven, was al zeker niet het punt. Het punt was, dat ik vond dat ik recht had op ongehinderde doorgang in de richting van mijn geliefden - en wel op de rijstrook die me daar het snelst zou kunnen brengen! 

Ik moest wel lachen om mijn eigen beetje-boos reactie op de snelweg. ‘Hmm… als dit is hoe je reageert op een kleine vertraging, hoe gaat ’t dan met een serieuze koerswijziging?’ vroeg ik mezelf. Leuk oefengebied, de snelweg naar huis. Immers: je bent nog steeds op de juiste weg, gaat nog steeds met een acceptabel tempo vooruit… oooh, het gaat niet hard genoeg? Is dat het? Die kennen we… 

‘Nu komt ie zo met een Bijbeltekst over geduld…’ bedenk ik nog na-pruttelend. Hoeft niet. Ik weet ook wel (voorganger, weet je nog?) dat geduld één van de vruchten van de Geest is. Blij dat zelfs in de Bijbel juist de voor het oog wat ongeduldige Gods-mannen geprezen worden voor hun geduld: En door dat geduldig te blijven geloven, heeft Abraham gekregen wat God hem had beloofd (Hebreeën 6:15 Basisbijbel). Als dit zélfs over Abraham gezegd wordt, is er voor mij nog hoop. 

Ten diepste is geduld natuurlijk simpelweg het vermogen te vertrouwen op Gods onvoorwaardelijke liefde, Zijn gunst en Zijn hemelse timing. Dat mag groeien, zelfs mediterend op de snelweg. Ik spreek nog eens uit, dat Zijn liefde in mij woont, Zijn geduld door Zijn Geest mijn deel is… en rijd rustig naar mijn bestemming. 

Mooie dag!