Wie in de zomer door Europa rijdt, ziet ze regelmatig ‘hangen’: adelaar-achtigen die hoog in de lucht zweven met hun vleugels wijd uitgespreid. We noemen ze ook wel arenden en hebben het dan eigenlijk over een brede verzameling van roofvogels die zich biologisch laat onderverdelen in een groot aantal families en geslachten. 

Veel van deze arend-achtigen hebben uitstekende ogen en een bijzonder vermogen dat het zo interessant maakt om op een mooie heldere dag naar ze te kijken: ze gebruiken thermiek en wind om te zweven op hun vaak enorme vleugels. Ze kunnen dat uren volhouden. 

In de bijbel wordt God wel vergeleken met deze bijzondere vogel: Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de HEER zijn volk geleid (Deuteronomium 32:11).
En iets eerder, in Exodus 19 zegt Hij zelf tegen Mozes: Ik heb je op adelaarsvleugels gedragen en je hier bij Mij gebracht.

Vandaag zie ik mijn Vader mij optillen met Zijn enorme armen (vleugels?). Mediteer je mee? Hij draagt me. Terwijl we samen op de wind van Zijn Geest worden meegevoerd, leer ik van Hem die wind te volgen. Geen enkele reden voor mij om ‘mee te fladderen’ (zie je me al tekeer gaan?), geen reden angstig om me heen te kijken waar de parachutes liggen. Ik ben veilig zolang ik op de stroom van Zijn Geest meebeweeg. 

Voorzichtig mag ik oefenen, de wind leren ‘voelen’. Aanvoelen waarheen Zijn Geest beweegt. Nu wordt het nog mooier: ik mag zelf mijn vleugels uitslaan. Ontdekken dat waar ik vroeger op eigen kracht bewoog (flap, flap!), ik nu zonder enige inspanning, op de wind hoog boven alle situaties mag bewegen. Mijn werk, relaties, school: ik zweef erboven met scherp zicht, zonder dat het mij moeite kost.  

Mooi uitzicht!

Tip: mediteer vandaag op Jesaja 40:31: …maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.